Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 31
DE ROEPING. deze
Uit
woorden van Calvijn blijkt' zeer aanzien der „krachtdadige roeping"
aangehaalde
dat
duidelijk,
21
ten
hij
met de Belijdenisschriften overeenstemt, dat n.1. vóór de „roeping," die door middel van de prediking des Woords en de werking des Heiligen Geestes plaats heeft, de uitverkorenen gelijk zijn aan alle andere menschen, dus dood in zonden en misdaden, en mitsdien geen zaad der verkiezing in hunne harten hebben. Immers hij zegt hier van Rachab de hoer (hetgeen hij natuurlijk evenzeer wil toegepast hebben op Manasse en den moordenaar) dat in haar geen zaad der
gerechtigheid
„vóór dat geloofd
zij
't
verkiezing
der
(of
was vóór
noemt)
eerder
geloof
dat
in
zij
zooals
geloofde.
Hij
hij
het
zegt niet
kiem had," maar vóór dat
zij
e.
Kuyper had gedeeld, vóór hunne „krachtdadige roeping" reeds wedergeboren zijn, en dus het zaad der wedergeboorte reeds vóór hunne roeping in hen aanwezig is, dan had hij van dit zaad hier moeten spreken. Maar hij erkent geen verschil tusschen de uitverkorenen tot op het Indien Calvijn het gevoelen van Dr.
dat
de
uitverkorenen
oogenblik der „roeping,"
dan alléén daarin,
dat het
oog van God waakt en Zijne hand uitgestrekt is tot hunne zaligheid, en dat Hij hen alléén bewaart, dat zij niet vallen in on vergeef elijke lastering. Hiermede in overeenstemming schrijft Brakel in zijn „Redel. godsdienst"
volgende
het
„De
:
dl.
I,
blz.
703 §
V
over de „Roeping" in eene
roeping wordt onderscheiden
uitwendige en inwendige roeping
;
beide
zijn ze
van God
;
beide geschieden ze door hetzelfde Woord, dezelfde zaken voorstellende beide geschieden tot mende natuur evengelijk zijnde maar zij zijn onderscheiden daarin, dat de eene alleen geschiedt uitwendig door het Woord, waarbij ook wel komt de gemeene werking des Heiligen Geestes tot gemeene verlichting en historisch geloof de andere dringt door tot in het hart des menschen, datzelve krachtdadig bestralende met het wonderbare licht, dat den mensch geestelijke verborgenheden allen
schen,
evengelijk in
;
;
;
in
hare eigene gedaante openbaar maakt, en buigt kracht-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's