Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 35

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 35

2 minuten leestijd

DE ROEPING.

25

wat de zondaar doen moet. De zondaar heeft niet alleen volkomene vrijheid, om tot Giristus te komen, maar is er ook toe verplicht. Dit wordt in de uitwendige roeping ernstig en welmeenend aangedrongen ... Zij verklaart aan niemand, dat Christus voor hem gestorven is, of dat Christus gewillig is en het voornemen heeft om hem in 't bijzonder zalig te maken. Dat wordt eerst aan hen die door de belofte van 't Evangelie betuigd. Zij aan niemand de zaligheid, dan onder voorwaarde van geloof, hetwelk geene verklaring is van Gods voornemen, wat Hij doen wil, maar alleen van den samenhang, tusschen geloof en zaligheid, en van onzen pligt om door den weg des geloofs de zaligheid te zoeken

gelooven belooft

.

.

.

„Schoon de uitwendige roeping de menschen

tot

een

zaligmakend geloof en bekeering noodigt ; echter kan zij alleen den mensch daartoe niet brengen. Daartoe wordt bij de uitwendige, ook nog de imvendige vereischt. Derhalve is de verandering des harten, voor zooverre daardoor de levendigmaking van een dood zondaar verstaan wordt, geen gewrocht van de uitwendige roeping, die niets anders doet dan aanraden, maar van de inwendige." Als hij eerder, op blz. 92 v.v. handelt van de „onmiddel-

werking des Geestes in de bekeering" hier genomen den zin van wedergeboorte of eerste levendmaking zegt hij duidelijk dat hij daardoor verstaat niet die onmiddellijke werking des Heiligen Geestes zonder het Woord,

lijke

in

maar

die krachtdadige werking, die Hij, gelijk onze Belij-

denis zegt, „zonder ons in ons werkt," hoewel niet zondcx

de verkondiging des Woords. Hij toch zegt § 108: „Doch zal een geesteüjk dood zondaar, bij die geestelijke voorwerpen, gronden en be-

weegredenen, bepaald worden, en daaromtrent zedelijk en redelijk werken, zoo moet hem ook een bovennatuurlijk geestelijk leven, hebbelijkheid en kracht worden ingeschapen, waardoor hij geestelijke werkzaamheden omtrent die geestelijke zaken verrichten en de kracht van die geestelijke voorwerpen, gronden en beweegredenen ondervinden kan. Dit geestelijke leven is eene ingestorte hebbelijkheid, en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 35

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's