Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 22
II.
De Roeping.
De roeping is algemeen, en dan omvat zij degenen, tot wie God de Heere door de verkondiging des heiligen Evangelies de roepstem tot geloof en bekeering laat komen ;
en
zij
nen,
is
bijzonder, en dan
aan wie de Heere
omvat
zij
alléén de uitverkore-
niet alleen Zijn
Evangelie
uiterlijk
doet prediken, maar óók die prediking vergezeld doet gaan met Zijnen levendmakenden Geest zijnde deze bijzondere ;
gevolg van Gods eeuwige en vrije verkiezing, (Rom. 9 11) zonder aanmerking van eenige geschiktheid, als zijnde van nature alle geroepenen even ongeschikt en geheel verdorven, en onbekwaam, maar ook gansch onwillig om God boven alles lief te hebben en Zijne geboden te bewaren, en alzoo dood in zonden en misdaden ; volgende deze krachtdadige roeping niet op de wedergeboorte of eerste levendmaking, maar gaande daaraan vooraf, waardoor de Heere het hart van zoodanigen geroepene opent, zoodat hij inwendig zich gedrongen gevoelt, om acht te nemen op hetgeen door den Dienaar des Evangelies gesproken wordt. Met deze omschrijving van het leerstuk der „roeping", gegrond in Gods Woord en overeenkomende met onze Belijdenisschriften en het gevoelen onzer oude gereformeerde vaderen, komt evenwel het gevoelen van Dr. roeping
alzoo
krachtdadig
en
onwederstandelijk, :
Kuyper
niet overeen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's