Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 267
257
DE HEILIGE DOOP. volbragt zoude worden, en de
zaak
die
nu volbragt
is.
Doop een
teeken
is
van een
Daarom zoo worden w
ij
met deze plaats van Paulus geleerd dat de Doop ons Christenen is hetgeen eert ds de Besnijdenis den Joden geweest s." ij
i
Ook maakt Ursinus gansch geen onderscheid tusschen den Doop van Johannes en dien der Apostelen, als hij van den Doop van Johannes zegt: „Want de Doop van Johannes is geweest de Doop van Christus zelve, namelijk in zijn eigen persoon geheiligd, en door zijn authoriteit voor goed gekend. Daarom, naardien onze Doop ook Christi Doop is, zoo volgt, dat ze van den Doop van Johannes
aangaande het wezen niet verscheiden
is.
de woestijn en predikende den Doop (niet alleen des waters maar) der bekeering tot vergeving der zonden. Daarom zoo is de Doop van Johannes en der Apostelen voor en na de verrijzenis Christi, alléén
Johannes was doopende
in
verscheiden in de omstandigheid der bcteekening, namelijk,
nu gedoopt worden in Christus, die geleden heeft en wederom verrezen is, en toen wierden ze van Johannes dat
wij
gedoopt
in
Christus, die
nog
lijden en verrijzen zou."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's