Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 156
DE BEKEERING.
146
midden der Gemeente doopte
uit
te
spreken, dat gij als een ge-
en dus wedergeborene, nu ook
bewust en met wilt kiezen,
Hem
uw
persoonlijk,
wil tegen de wereld en voor Christus
aanvaardt
als
uw
Zijn volk, en voorts de bezegeling
Heiland
;
van deze
u aansluit aan besliste
keuze
Avondmaal." En eindelijk nog uit zijn evengenoemd werk „Voor een „Wie zijn distel een Mirt" blz. 159, alwaar men leest: kinderen onbekeerd laat opgroeien, ze aan het denkbeeld van bekeering niet went, en ze laat groot worden in de onware gedachte, dat bekeering iets is, dat pas aan groote menschen op een lijdelijke manier overkomt, is er zelf schuld aan, zoo zijn kinderen bij hun „belijdenis doen" aan geen bekeering denken. Daarom moet elk Christen kind, zoodra het tot jaren van onderscheid komt, opgevoed in het besef^ dat het zich bekeeren moet en het moet daarin opgevoed op kinderlijke wijze, geheel naar de uitlegging, die onze Catechismus vraag 88 van de bekeering geeft. „Want bekeeren is zich omkeeren op zijn weg, zoodat men nu niet langer van God en zijn Christus afgaat, maar naar God en zijn Christus nader treedt met heel zijn ziele. „Dit nu stelt voor een kind, zoo goed als voor een mensch op jaren, den plicht en den eisch, om stuur en richting in zijn vraagt
in
het Heilig
;
leven te hebben,
om tegen weg te
en omgekeerd den
zijn
kinderzonden
in te strijden,
zoeken, waarop het
in kinderlij-
ken eenvoud iets van kinderlijke vreugde in zijn God kent." Deze wijze van voorstelling door Dr. Kuyper van het werk der bekeering is waarlijk geheel in strijd met den aard en de natuur van het geestelijke leven. Een iegenlijk toch, die bekeerd wordt, 't geen ook volgens Dr. Kuyper, zooals hij zegt in zijn „Werk van den Heiligen Geest," 2de deel, blz. 131 ten aanzien van de eerste bekeering Gods werk is, terwijl daarna de bekeerde zich door de genade Gods ook zelf dagelijks bekeert, kan en wil niet anders, dan met zijn gansche hart de zonde, die hij nu in zijn gruwelijkheid en Godontcerendheid heeft leen rcn kennen, haten en vlieden en naar Gods heilige, i
z
ij
n
hart geschrevene Wet
leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's