Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 72
68 van Engelands koning een inkomen van 'teerst in
dat
hij
Morley
schrijft
tegenstanders
to
zegge van
1200,
Ook
hij
dorst
Ook zijn oude dag was, zooals Ook van hem meldt hij, dat zijn
„desolated and void". (289)
hem „never mentionned without hij
bitternes. (312).
was so
273: „His irritability
blz.
immediately the expression of a man,
face
Bilderdijk dat
who
geving een vriendelijk en beminnelijk was „a man to
24.
1)
Zie
BLOK,
Gesch. des Vaderl.
Blz. 23. 2) „Geniaal schelden"
is
te
p.
559
in
om-
300).
(p.
v.v.
letter-
de honendste termen, waarbij
met voeten wordt getreden. Natuurlijk dat
alle fatsoen
in zijn kleine
loved"
de fraaie naam onder de jongere
gebruik voor een elkaar afrossen
in
gave
Geschiedenis van het Ned. Volk. VI, blz. 472; en
GROEN VAN PRINSTERER,
kundigen
it
going to defend
is
wel buiten de maatschappij stond, maar
hij
En wat Burke's
terrible that
Maar ook van Burke wordt getuigd, evenals van
himself from murderers".
Blz.
14.500.
f
voor luim en jok geen zin had. (309)
felheid aangaat zegt his
i'
Engeland het voor de Roomschen opnemen. Ook hem wordt verweten
aan denk
ik er niet
hiermee Bilderdijk's uitvaren tegen den demonischen geest ook maar een oogenblik op één
De
sterk gezegd.
Zoo schreef Van
lijn
te
dan
tienmaal
liefde,
gij.
Wij
zijn
is
bij
geest,
waanzinnig. Dit
is
sommigen
Deyssel. Verzamelde opstellen
meer verstand, tienmaal meer
meer
Hun schelden
stellen.
zelfinbeelding
in p.
1
14
:"
Wij hebben tienmaal
meer verbeelding, tienmaal
tienmaal
meer verontwaardiging, tienmaal meer deugd
hetzelfde opstel waarin het onder
den afval der Europeesche
tende raaskallers,
of wil
de Koningen van het leven". Dat ze overigens dat „geniale
schelden" ook op de letterkundigen buiten hunnen kring toepassen,
in
niet te
is
dezen kring grenzenloos.
die
uw
meer heet:
„Gij,
litteratuur, gij,
lezers besproeit
blijkt uit
aschkarremannen, ademend
eunuken van den
geest, proes-
met slijmwoorden, labberlottige
beroerlingen, morsige zanekers, zeg- elendelingen, spreeknaren, schreeuwleelijkers! Mij
te
is
het een feest,
gooijen, dien zilveren
het een geluk, met mijn
uw
grijze haren af te
kleurenklanktooi, van
tanden
O, kon ik u zoo krenken, dat
uw
te
uw
grijnzen tegen
scheren en ze
in
't
water
nietige schedels. Mij is
uw
tandelooze onmacht.
hersens verlamden!" En tegen Van Deyssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's