Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 129

2 minuten leestijd

RECHTVAARDIGMAKING.

119

de Goddelijke niet, maar het is van nood e dat ze beide te zaïnen komen. Want gelijk het niet genoeg is, dat u een weldaad aangeboden wordt, maar het is ook van noode, dat de aangebodene weldaad van u aangenomen worde alzoo is het ook niet genoeg dat God ons de voldoening Zijns Zoons schenkt en aan= tenzij dat wij ook deze gave, door het geloof biedt, ontvangen zijnde, ons toeëigenen. Ja God wil de ge= regtigheid Zijns Zoons niet toerekenen, als dengenen, die ze begeeren, die daarom ;

bidden

en

door

geloof

het

dezelve

zich

toeëigenen. „Nogtans

Want

is

God

de Autheur van beide toeëigeningen.

biedt aan en schenkt ons niet alleen de gereg-

Hij

maar Hij schenkt ons ook het geloof, door 't welk wij dezelve ontvangen dat is Hij geeft niet alleen de gave, maar ook de hand en de magt om deze gave te ontvangen gelijk geschreven staat Efez. 2-^8: „Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave." Daarom zoo geschiedt de eene zonder de andere niet, de eerste niet zonder de tweede. Want God toeeigent ons hetzelve alzoo, dat wij het ons ook mede toeëigenen zullen door het geloof. De Goddelijke toeëigening gaat nogthans altijd voor de onze, gelijk de oorzaak gaat voor hetgeen, dat daarvan gewrocht is. Joh. 15 16 „Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren." 19: 1 Joh. 4 „Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft." Wij zien uit deze woorden van Ursinus, dat het ook zijn gevoelen is, dat, hoewel de Goddelijke toeëigening der gerechtigheid van Christus gaat vóór de onze, nochthans zonder de onze, die alléén door het geloof geschiedt, de tigheid,

:

;

;

:

:

toeëgening niet geschiedt, zoodat we dus zonder onze toeeëlgening door het geloof niet gerechtvaardigd zijn. Zegt men, dat Ursinus

Goddelijke

hier in

alleen

den

maar

tijd

het

is

van de dadelijke rechtvaardigmaking door het geloof, dan is dit volkomen waar evenzeer waar, dat hij geen andere recht-

spreekt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's