Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 160
DE BEKEERING.
150
wel het einddoel van alles Gods eer is, nooit iemand die eer in waarheid beoogen zal, die niet eerst in allen ernst eigen zaligheid gezocht en in Christus gevonden Eerst daarna is men door de genade Gods heeft ? in staat, uit een diep gevoel van eigen nietigheid en onwaardigheid, of .en
eere
Gode voor toe
te
Zijne oneindige liefde in Christus
brengen, en tevens zeer begeerig,
om
met vrijmoedigheid en innerlijke liefde tot zijne medemenschen door een ootmoedige belijdenis, versierd met een eerlijken en godvruchtigen wandel, dezen voor het koninkrijk zijns Heeren en Zaligmakers te winnen. Ofschoon nu Dr. Kuyper erkent, dat de bekeering is een werk Gods in den zondaar, gelijk hij zegt in zijn „Werk „En ook de van den Heiligen Geest," 2de deel blz. 131 bekeering is niet een werk des menschen, maar een werk Gods in hem. „Bekeer mij o Heere, zoo zal ik bekeerd Slechts met dit verschil, dat bij de eerste wederzijn !" geboorte en bij de eerste geloofswerking het werk buiten 's menschen doen omging, terwijl in de bekeering de mensch er door genade toe gebracht wordt, dat hij het zelf doe. Men wordt bekeerd en men bekeert zich. Het eene ware zoo wordt toch immers zonder het andere onvolledig," Elk gedoopte is wede zaak door hem dus voorgesteld dergeboren, heeft zich althans daarvoor te houden ; krachtens die wedergeboorte moet hij zich bekeeren ; hij zou dit niet kunnen doen, zoo God hem niet had wedergeboren ; maar niï kan hij het doen en doet het, in de onderstelling dat hij is wedergeboren, 't geen hem immers in zijnen Doop is verzegeld. De krachten die hij aanwendt tot zijne bekeering, zijn dus voortkomende uit zijne wedergeboorte, en alzoo het werk Gods, het werk des Heiligen Geestes. Dat zulk een voorstelling een kunstmatig, oppervlakkig Christendom moet vormen en ook inderdaad vormt, is niet te verwonderen, daar immers hier geen plaats is voor de verzegeling des Heiligen Geestes, waaraan de oprechte kinderen Gods altijd zooveel behoefte hebben gehad en nog hebben, om te weten dat hun werk in waarheid is, en Die ook menigmaal krachtig aan hunne harten :
—
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's