Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 227

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 227

2 minuten leestijd

DE HEILIGE DOOP.

217

lijk bewijs geven, dat ze het opreciite geloof missen, en dus den Heiligen Geest niet ontvangen hebben.

2".

dat

Dr.

Kuyper aangaande het antwoord

van de

discipelen aan Paulus, op zijne vraag,

of zij den Heiligen Geest ontvangen liadden toen zij geloofd hadden, zegt, dat zij daarmede niet hebben kunnen bedoelen, dat ze nooit van den Heiligen Geest hadden gehoord, maar dit, dat ze nog nooit van de mededeeling des Heiligen Geestes bij den Doop gehoord hadden waarmede Dr. Kuyper hier kennelijk bedoelt de gewone mededeeling van den Heiligen Geest, gelijk het verband aanwijst; terwijl het zeker is, dat ze hier hebben bedoeld, zooals ook onze Kantteekenaars daarop aanteekenen, de extra ordinaire ziclit= ;

bare gave des Heiligen Geestes, van met allerlei talen te spreken, te profeteeren en allerlei krankheid te genezen, welke extra ordinaire gave zij (zie vs. 6) ontvingen, nadat Paulus hun de handen opgelegd had. 3^'. dat Dr. Kuyper, als oorzaak waarom die discipelen den Heiligen Geest niet ontvangen hadden, aangeeft dat ze valschelijk door een discipel van Johannes in den naam van Johannes, maar niet door Johannes den Dooper zelven met het oog op den komenden Messias, waren gedoopt terwijl zij toch op Paulus vraag (zie vs. 3) „Waarin zijt ge dan gedoopt?" hebben geantwoord: „In den Doop van Johannes." Dus niet in den n aa m va/z/o/zö/z«es, maar

op de belijdenis van hetgeen Johannes van den komenden Messias hun geleerd had; en niet valschelijk door den discipel van Johannes, maar door gemaakt uit

Johannes

zelf, zooals moet worden opdit hun zeggen antwoordt: „Johannes (niet een discipel van Johannes dus) heeft wel gedoopt den Doop der bekeering" enz. Dit is ook het gevoelen van onze Kantteekenaren. Op het 3de vs. toch teekenen zij aan, als of de discipelen tegen Paulus gezegd hadden: „Wij zijn van Johannes gedoopt, op de b e

I

ij

d e n

i

VS. 4,

s

waar Paulus op

van de

teer, die Johannes van Christus

geleerd en daarop zijne discipelen gedoopt heeft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's