Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 126
RECHTVAARDIQMAKING.
116 vaardigd,
als
Hoofd wordt
hij
door het geloof met Christus als
zijn
aan Zijn geregtigheid deel de regtvaardigmaking niet van
vereenigd, en dus
Vervolgens: „Is eeuwigheid geschied in Gods beshiit?" Xnivj. „Geenszins: want hoewel God van eeuwigheid heeft voorgenomen de
krijgt."
uitverkorenen
om
de verdienste van Christus te dit voornemen de regtvaardigmaking zelve niet." Wijders: „Bewijs eens, dat de regtvaardigmaking niet geschied is van eeuwigheid?" Antw: „De regtvaardigmaking vooronderstelt tijdelijke daden van regtvaardigen,
geloof
en
indertijd
zoo
is
bekeering
evenwel
in
eenen geregtvaardigde
en
volgt
na de roeping Rom. 8 30 Die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook geregtvaardigd." Eindelijk „Is dan de regtvaardigmaking geschied in den dood en opstanding van Christus?" Antw.: „Geenszins, de dood van in
orde
:
:
:
Christus is wel de verdienende oorzaak van onze regtvaardigmaking, waardoor ons het regt ten leven is verworven, en door Zijne opstanding is Zijne voldoening wel
bevestigd;
maar daardoor
wij
zijn
niet
vaardigd, dewijl wij er nog niet waren;
dadelijk geregt-
want de
regt-
vaardigmaking kan niet geschieden, voor= dat de mensch zich als een verloren zon= daar aanmerkende, door het geloof Jezus geregtigheid aangrijpt." Zacharias
Ursinus spreekt
in
zijn
„Scliatboek der ver-
klaring over den Nederlandschen Catechismus"
Zondag
23,
over de „Rechtvaardigmaking" handelende, alléén over de rechtvaardigmaking in den tijd door het geloof. Uit de wijze, waarop hij daarvan spreekt, moet opgemaakt worden, dat hij de rechtvaardigmaking van eeuwigheid geenszins en zich dus houdt aan hetgeen ten dien aanzien ons de Heilige Schrift is geopenbaard.
leert,
in
Dit blijkt o.a. uit hetgeen
doening
van
Christus,
hij
naar
schrijft
dien
zij
over „Hoe de volbuiten ons
is,
onze
regtvaardigheid wordt." Zonder twijfel is de voldoening van Christus geschied ter regtvaardigmaking van al de Zijnen
;
maar zoolang rechtvaardig,
zij
maar
daarmede liggen
ze
niet
bekleed
zijn,
zijn
ze niet
nog onder den toorn Gods,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's