Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 266

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 266

2 minuten leestijd

DE HEILIGE DOOP.

256 dus

zeggen

dat

leerde, dat

hij

alle

kleine kinderen der

zonder onderscheid des Heiligen Geestes deelachtig zijn en leden zijn van het geheimzinnige Lichaum van Christus. Maar aangezien dit niet zijne bedoeling kan zijn, en geenszins door de Gereformeerden geleerd wordt, zoo kan hij daarmede niet anders willen zeggen, dan, wat ook Calvijn en anderen tegen de bestrijders van den kinderdoop aanvoeren, n.1. aangezien bij kleine geloovigen

:

kinderen

zoowel als bij volwassenen, het geloof in beginsel gevonden wordt, zooals uit de Heilige Schrift bewijst, de doop hij der kleine kinderen niet bestreden kan worden op grond van dat ze als kinderen nog van het geloof ontbloot zijn. Op

beantwoordt ook Ursinus 'm zijn „Scliatde behandeling van den kinderdoop (Zond. 27) de tegenwerping, dat n.1. de kleine kinderen niet gelooven gelijke wijze

boek,"

bij

en daarom ook niet mogen gedoopt worden. het

geloof

of

Hij zegt, dat

minste een belijdenis des geloofs vóór

ten

den Doop alleen geeischt wordt van de volwassenen, maar dat ten aanzien van kleine kinderen het genoeg is dat ze van den Heiligen Geest geheiligd en wedergeboren zijn wat ;

nimmer van

natuurlijk

alle kinderen gezegd kan

zijn,

maar waarmede hij zeggen wil, dat bij kleine kinderen zoowel als bij volwassenen het geloof aanwezig kan zijn en ook waarlijk is, zooals hij zegt, dat „openbaar is in Johannes den Dooper en Jeremia, die in den lijve huns moeders geheiligd zijn geweest," en waarmede hij alzoo gevoelen van hen, die de kinderen der gedoopt hebben, omdat zij niet gelooven en nog niet gelooven kunnen.

bestrijden

wil

geloovigen

Voorts

het

niet willen

bewijst

aldaar

hij

Doop ons Christenen Joden geweest de plaats der dezelfde

o.a.

uit

Col.

gehad

2:11,

12,

13,

dat de

hetgeen eertijds de Besnijdenis den

„omdat (zoo zegt

uiterlijke Besnijdenis

beteekenis

Besnijdenis dat

is,

is,

hij)

gekomen

onze Doop is,

in

hebbende

dat eertijds de

en

hetzelfde

gebruik,

heeft,

alleen

verscheiden

zijnde hierin^

de Besnijdenis een teeken was van een zaak, die nog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 266

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's