Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 107
DE UITTOCHT. hen,
achterhaalden
daar
zij
hadden aan de zee;
gelegerd
zich
Farao's paarden, wagens, en zijne ruiters, en
heir;
zijn
nevens
al
Pi-
Hachiroth, voor Baal-Zefon.
Farao
Als
gekomen was
nabij
,
zoo hieven de kinderen Israels
hunne oogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en vreesden
zeer.
Doch Mozes heil
des
zeide tot het volk
Heeren,
Egyptenaars
,
die
in eeuwigheid.
Toen
Hij
dat
:
Vreest niet
De Heere
zal
zij
staat vast
,
die zult
Wat roept En gij,
voorttrekken.
gij
hef
,
gij
tot
en
zal.
niet
gij
voor ulieden strijden en
zeide de Heere tot Mozes:
kinderen Israels, dat
,
heden aan ulieden doen
heden gezien hebt
gij
zij
riepen de kinderen Israels tot den Heere ....
Toen
ziet
het
Want de
weder zien
zult stille zijn.
Mij? Zeg den
uwen
staf
op en
uwe hand uit over de zee, en klief ze, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge .... Toen Mozes zijne hand uitstrekte over de zee, zoo deed de Heere de zee weggaan, door eenen sterken oostewind, dien gan-
strek
schen nacht, en maakte de zee droog en de wateren werden gekhefd. En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op ,
het droge; en de wateren waren
hun een muur, aan hunne
rechter-
en aan hunne linkerhand. En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in achter hen alle Farao's paarden zijne wagenen en zijne ruiteren, in het midden van de zee. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de Heere in de kolom des vuurs en der wolk zag ,
,
,
en Hij verschrikte het leger der de raderen hunner wagenen weg, endeed Laat ons vlieze zwaarlijk voortgaan. Toen zeiden de Egyptenaars den van het aangezicht van Israƫl, want de Heere strijdt voor hen
op het leger Egyptenaren.
der
En
Egyptenaren;
Hij
stiet
:
tegen de Egyptenaars.
En de Heere zeide tot Mozes: Strek uwe hand uit over de zee, dat de wateren wederkeeren over de Egyptenaars, over hunne wagenen en over hunne ruiters. Toen strekte Mozes zijne hand uit over de weder, tegen het naken van den morgenstond, tot hare kracht; en de Egyptenaars vluchtten die te gemoet. En de Heere stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Want als de
zee; en de zee
wateren
kwam
wederkeerden, zoo bedekten
zij
de wagenen en de ruiters 87
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's