Om de oude wereldzee - pagina 548
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET HEILIGE LAND.
514
van
belofte
men
al
wat komen
Daal nu af van den Haram-esch-Scherif, en begeef de
door al
Moria beklom-
zon, in zijn hart, eens dat
heeft en op dit Moria heeft geloofd.
Stephanuspoort naar Gethsémané, en het
u,
vlak daarbij,
of de Christus
is
het heilige, dat eens aan Sion verbonden was, naar dien hof der
smeeking in
meer, en kan niets meer
heeft
Waar
zijn.
de schaduw in het
zich
hart
worstelend
zijn
uitgedragen.
Sion
het wezen genaderd
is,
is
niet
verliest
Al wat in Israël ooit geestelijk-reéel
niet.
was geweest, droeg hij met zich naar Gethsémané weg, en wat achterbleef was de larve, waarvan het leven zich gescheiden had. Het gaat de massieve poort van Stephanus uit, dan iets verder over de beek Kedron, en, met vlak voor u de opgaande glooiing van den even de helling op,
Olijfberg, ligt daar,
hof van te
ziel
Gethsémané,
worden
dien
ontroerd.
de
iets zijwaarts af,
ommuurde
ge niet kunt bezichtigen zonder in
Gethsémané
bezat
onder
alle
uw
de heilige
plaatsen die ik betreden mocht, daarom voor mij de meeste bekoring,
omdat men naakt niet
op
met prachtgebouwen, Men heeft Gethsémané
hier u het heilige zonder omhulling
gelijk het is
en in
zijn
eenvoud toont.
met marmer en porphyr, niet met goud- en lichtglansen pogen luisteren, maar heeft het gelaten zooals 't was. Ge ziet het
te
voor
u,
zooals de Christus er in
hier
wel geweest,
maar
is
neergeknield.
ze zijn door
kwam, verwoest, en gelukkig
niet
Kapellen
den vijand die
om
ook
Jeruzalem
Wel
weer opgebouwd.
zijn
staat er
ook nu overlangs een laag gebouwtje, maar dit is niets dan een wachthuis voor een Franciscaner broeder, die met de bewaking van den hof belast hij
hof
weg
is,
en die broeder spreekt enkel Italiaansch, zoodat
de meeste pelgrims niet storen kan in hun overpeinzingen. zelf is
in
een stuk grond van, naar ik schat, 50
vierhoekige
perken ingedeeld
;
die
bij
perken
De
40 Meter, ruwzijn
door zeer
met gras begroeid en beplant met lage bloemstruiken, en over die perken strekt zich het loover uit van de acht breedgetakte olijfboomen, die naar men beweert in hun wortel smalle
paden gescheiden,
nog dezelfde
zijn als
de olijven, onder wier lover Jezus
is
neergeknield.
De stammen zijn van grooten omvang, en wel in hun midden geheel gespleten, maar met metselwei-k toch genoeg saamgehouden, om het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's