Om de oude wereldzee - pagina 192
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
DE ZIGEUNERS.
176
tent een groot vuur ontstoken
om
de booze geesten te bannen.
Dan
spuwen de vrouwen, die er bij zijn, driemaal in dit vuur, en roepen „Kom, goede Urnie en help," en zingen dan al dansend haar uit: lied: „Brand vuur, brand laai, en dek dit kindeke, dit nog zoo heel klein kindeke, en lok, roep de goede Urmen, dat ze dit kindeke zegenen, zegenen nu hier op aaixle. Bezemstokken en nog eens bezemstokken werpen we in den vuurgloed. O, komt, goede Urmen, en maakt de barende vrouw een gelukkige moeder." Al naar gelang nu een der goede of een der kwade Urmen zich aan den jonggeborene laat gelegen liggen, zal geluk of rampspoed zijn deel zijn. Ten deele geldt dit ook van een zwakker soort noodlotsfeeën, die de Zigeuners de Keslialyi noemen en die onder het regiment van een koningin Ana verkeeren.
Zij
denken zich deze Keshalyi
als
schoone feeën,
hoog op de toppen der bergen omdolen, en heur eindeloos lang hoofdhaar tot beneden in de vallei als een soort donzigen nevel doen afdalen. Hierin verschillen deze Keshalyi van de Urmen, dat de Ui'men vooruit het noodlot bepalen, terwijl de Keshalyi meer heil die
of smart aanbrengend in het leven ingrijpen.
gebied brengen ze verderf. Haar koningin
moeten huwen met den koning der duivelen
Ana
Vooral op hygiënisch heeft zich
Lo<;olicó's,
gedwongen
een soort in halve
ontaarde booswichten, en uit dit gedwongen huwelijk
zijn
de negen verderf brengende ziektedemonen geboren, die volgens hun volksbijgeloof bijna alle ziekten teweeg brachten. De namen, die ze aan deze demonen gegeven hebben, «erraden op eigenaardige wijze, in wat categorie ze de onderscheidene ziekten, wat haar oorsprong of
Zoo heette de eerste dezer negen (malulo). De vrouw van den vuile heette
haar optreden betreft, indeelden.
ziektedemonen: de Slijmerige,
De
Vuile
en aan haar geheime inwerking schre^^n ze borst- en
ingewandsziekten toe.
en beheerschte
alle
De derde van deze demonen heette de Vette, ziekte en ongemak uit zwaarlijvigheid opko-
mend. De vierde was de Heete, en werkte op alle manier door koortsgloed op te wekken. De vijfde is omgekeerd de Kille. De zesde was De zevende de de Vaster, doelende op het vergaan van den eetlust. Boode, als bewerker van alle huidziekten. De achtste had een obscuren
naam,
als
veroorzaker van geslachtsziekten.
heette de demon met den
staart., die,
wilde
aan welken men het uitbreken van
men
En de negende
eindelijk
zeggen, een nasleep had, en
pest, cholera en alle verdere epide-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's