Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 247

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 247

2 minuten leestijd

BEWIJZEN VAN EEN ZONDVLOED IN EUROPA. driehonderd voet diep

bijna

de meening

van

Prof.

,

gevuld met hrecciën overeenkomstig

van Gibraltar ontvangt de Prestwich krachtigen steun, wanneer men let

beschrevene.

reeds

In

dit

geval

op de kleine oppervlakte boven op de

De

dieren,

welke

men

in

rots.

de spleten

bij

Gibraltar vond, zijn

nagenoeg dezelfde als die bij Santenay werden opgesomd. Het is in de hoogste mate onwaarschijnlijk, dat al deze uiteenloopende wilde dieren te eeniger tijd laat staan gewoonlijk samen op deze ,

,

rots

zouden hebben geleefd.

De steile rotsen en de spelonken kunnen tot verblijfplaats gestrekt hebben voor hyena's en andere verscheurende dieren, maar het hert en andere herkauwers, waarvan hier talrijke overblijfselen gevonden worden, zouden nooit in de nabijheid van deze carnivoren kunnen geleefd hebben. Ze zouden zich natuurlijk in de omringende vlakten en wouden hebben opgehouden, waar ze water, voedsel en bescherming konden vinden, liever dan op steile rotsen, die droog en grootendeels kaal waren. Het is waar, dat de verscheurende dieren daar een deel van hun prooi naar toe gesleept kunnen hebben, maar ware dit het geval geweest, dan zouden de beenderen verslonden moeten moest althans onvermijdeof wat er van overgebleven was zijn ,

,

de indruksels van de tanden der belagers vertoonen. In de tweede plaats, geen dierlijke overblijfselen, die op de

lijk

waren achtergelaten konden met eenige mogelijkheid ontkomen in de nabijheid van streken, waar hyena's en andere carnivoren zich gedurig ophielden. Of ook, aangenomen, dat enkele beenderen daaraan ontkomen waren, dan zouden ze toch zijn aangetast door den gewonen invloed van de open lucht en min of meer verweerd zijn. Of ook, waren ze door overstroomingen naar beneden gespoeld en tusschen de rotsen gevallen, dan zouden ze afgerond en gesleten moeten zijn. Maar nergens is van zulk een verweeren of afslijten blijk; ook kan niet bewezen

oppervlakte

aan

de

worden

,

vernieling

,

dat de spleten in verband staan met vroegere waterstroomen.

De beenderen hebben

duidelijk

aanwijsbare en scherp afgebroken 227

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 247

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's