Om de oude wereldzee - pagina 318
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET JOODSCHE PROBLEEM.
294
Dr. L. Goldschmied in zijn Modernes Judentlium
voor
uit
„Der glaubenstreue Jude
:
ist
17)
(bl.
komt
er zelf
durchwegs intolerant," en
waar de Thorah zelve het onderscheid tusschen Joden en niet-Joden ook op het leenen van geld en op den woeker heeft toegepast, valt niet
ontkennen,
te
hetgeen ons misbruik dunkt van geldelijke
dat
overmacht, metterdaad in deze aloude bepaling
zijn
oorsprong vindt,
Hieruit volgt natuurlijk geenszins, dat wij onzerzijds in de 20e eeuw,
per
se,
de toekenning van gelijke burgerlijke en staatkundige rechten
aan de Joden zouden mogen weigeren, maar wel dat missen,
om
met beroep op de Thorah,
die rechten
eertijds volledig
als
zij
het recht
door hen zelve
aan de Gerim toegekend, van de regeeringen te vorderen.
Allerminst echter
mag
hier uit het
oog worden verloren, dat het de
van de Joden gemaakt hebben, wat ze thans zijn. Talent voor den geldhandel was den Jood van oudsher eigen. In de dagen van zijn historisch volksbestaan was intusschen die geldhandel Europeesche Regeeringen
van zoo
zijn,
die
uiterst beperkte afmetingen, dat in zijn eigen land zich dit talent
niet ontwikkelen kon,
dan op zeer kleine
schaal.
Nauwelijks echter
waren hun koloniën onder de volken van het Romeinsche Keizerrijk uitgezwermd, of van meet af zochten ze in den geldhandel hun sterkte. Had men nu later aan de Joden rustig landbezit gegund, en hun een carrière in het gewone bedrijf ontsloten, dan zou dit richten van alle talent op den ruil- en geldhandel niet zoo sterk bij hen zijn opgekomen. Maar toen eenmaal de neiging veld won, om de Ghettoidee steeds verder door te zetten, en den Jood uit de gemeene saamleving te bannen,
geldmacht wierp, die zijn
hem
was het als
op
zijn
overbleef, en die
onderdrukkers bood.
natuurlijk dat
eigen terrein
hem
tegelijk
hij ;
zich in hoofdzaak op de
het was de eenige handel
een middel van verweer tegen
Te meer, toen het woekerverbod, door de
Kerk uitgevaardigd, voor de Christenen den geldhandel afsneed, werd dit machtig wapen tot verweer den Jood als in den schoot geworpen. Eeuw na eeuw ziet men de geldmacht van den Jood dan ook klimmen, en waar de machthebbers der wereld vooral destijds steeds in geldverlegenheid zaten, moesten ze altoos weer bij de Joodsche geldmacht terecht komen, en verleenden daardoor aan de Joden een invloed, die geheel in tegenspraak was met hun uitwendig gedrukte positie. Die studie van het geldwezen, eeuwenlang van geslacht op geslacht voortgezet, heeft nu ten laatste een ongemeen financieel genie onder hen doen Christelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's