Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 162
,,
DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. want
toe;
vond genade Dit
de oogen des Heeren.
in
man
van Noach. Noach was een rechtvaardig, Noach wandelde met God. En
geboorten
de
zijn
oprecht
berouwt Mij, dat Ik ze gemaakt heb. Maar Noach
het
geslachten.
zijne
in
Noach gewon drie zonen: Sem Cham en Jafeth. Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vleesch had zijnen weg verdorven op de aarde. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vleesch is voor ,
is door hen vervuld met met de aarde verderven. Maak u eene ark van goferliout; met kameren zult gij deze ark maken, en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek. En aldus is het dat gij ze maken zult: drie honderd ellen zij de lengte der ark,
gekomen
aangezicht
mijn
wrevel
;
en
zie
Ik
zal
waiit de aarde
:
ze
hare breedte, en dertig ellen hare hoogte. Gij zult een
ellen
vijftig
venster
,
aan
de
ark maken,
en
zult ze
volmaken
tot
ééne
el
van
boven; en de deur der ark zult gij in hare zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken. Want Ik, zie. Ik breng eenen watervloed over de aarde, om alle vleesch, waar
van onder den hemel te verderven: al den geest geven. Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten en gij zult in de ark gaan gij en uwe zonen en uwe huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft van alle vleesch twee van elk doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje een
geest
des levens in
wat op de aarde
is,
zal
is,
;
,
,
zullen
zij
zijn.
Van
al
het kruipend gedierte des aardbodems naar
zijnen aard, twee van elk zullen tot u
en
behouden. En
,
het gevogelte naar zijnen aard, en van het vee
naar zijnen aard; van
te
neem
gij,
voor u, van
verzamel ze tot u, opdat
zij
komen, om alle spijze
deed Daarna zeide de de ark; want u heb
Van
alle
142
die in het leven
die gegeten wordt, zij.
had, zoo deed gij,
ik gezien rechtvaardig
en
En Noach hij.
uw gansche
huis in
voor mijn aangezicht in
gij tot u nemen zeven en zeven, maar van het vee, dat niet rein is, twee,
rein vee zult
het mannetje en zijn wijfje;
,
u en hun tot spijze
God hem geboden Heere tot Noach: Ga
het; naar al wat
dit geslacht.
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's