Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 162

2 minuten leestijd

,,

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. want

toe;

vond genade Dit

de oogen des Heeren.

in

man

van Noach. Noach was een rechtvaardig, Noach wandelde met God. En

geboorten

de

zijn

oprecht

berouwt Mij, dat Ik ze gemaakt heb. Maar Noach

het

geslachten.

zijne

in

Noach gewon drie zonen: Sem Cham en Jafeth. Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vleesch had zijnen weg verdorven op de aarde. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vleesch is voor ,

is door hen vervuld met met de aarde verderven. Maak u eene ark van goferliout; met kameren zult gij deze ark maken, en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek. En aldus is het dat gij ze maken zult: drie honderd ellen zij de lengte der ark,

gekomen

aangezicht

mijn

wrevel

;

en

zie

Ik

zal

waiit de aarde

:

ze

hare breedte, en dertig ellen hare hoogte. Gij zult een

ellen

vijftig

venster

,

aan

de

ark maken,

en

zult ze

volmaken

tot

ééne

el

van

boven; en de deur der ark zult gij in hare zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken. Want Ik, zie. Ik breng eenen watervloed over de aarde, om alle vleesch, waar

van onder den hemel te verderven: al den geest geven. Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten en gij zult in de ark gaan gij en uwe zonen en uwe huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft van alle vleesch twee van elk doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje een

geest

des levens in

wat op de aarde

is,

zal

is,

;

,

,

zullen

zij

zijn.

Van

al

het kruipend gedierte des aardbodems naar

zijnen aard, twee van elk zullen tot u

en

behouden. En

,

het gevogelte naar zijnen aard, en van het vee

naar zijnen aard; van

te

neem

gij,

voor u, van

verzamel ze tot u, opdat

zij

komen, om alle spijze

deed Daarna zeide de de ark; want u heb

Van

alle

142

die in het leven

die gegeten wordt, zij.

had, zoo deed gij,

ik gezien rechtvaardig

en

En Noach hij.

uw gansche

huis in

voor mijn aangezicht in

gij tot u nemen zeven en zeven, maar van het vee, dat niet rein is, twee,

rein vee zult

het mannetje en zijn wijfje;

,

u en hun tot spijze

God hem geboden Heere tot Noach: Ga

het; naar al wat

dit geslacht.

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's