Om de oude wereldzee - pagina 74
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
RUMENIB.
58
een keurig schildev, maar ook ernstig wijsgeer en theoloog,
alleen
getuige
zijn
over „Het onbekende leven en de Goddelijke
geschrift
Openbaring." Hij en de Prinses van Nassau gaven aan Carmen Sylva een
maar
degelijke,
zeer
een Spartaansch-harde opvoeding.
tegelijk
Dit sloeg op de gouvernantes over. Carmen Sylva moest
vroeg op,
en
werken,
hard
altijd voort,
de minste afwijking volgde harde
bij
Een lersche gouvernante bond haar eens, om eene kleine overtreding, met handen en armen, tot aan den hals in een linnen straf.
en
zak,
haar
zette
opvoeding, die
maar
zoo
een
op een stoel te pronk.
en
aesthetisch
Zij
Gibbon,
Haar vader
wetenschappelijk.
Aan de hand van
Latijn en las Horatius en Cicero.
leerde
en Buckle drong
Carlyle
zij
zelf
van Kant, Hegel en Schlegel
leidde haar reeds vroeg in de philosofie in.
De
ontving, was niet alleen streng ethisch en religieus,
zij
tegelijk
uur
half
in de geschiedenis door, en te
Petersburg voltooiden Rubinstein en Clara Schumann haar muzikale opvoeding.
En onder
dit alles
door werd
in de school der philanthropie
zij
geoefend, en maakten de landouwen aan den Rijn en de heerlijke bos-
schen van
Mon Repos haar
de vertrouwelinge der natuur. Natuurkind,
geen dochter der phantasie wilde jaar haar eerste roman. Bosch en
waaraan
devies
,,Carmen,
Et
Ie
was
en
las
op haar twintigste
Carmen
lied, d.i.
chant, Sylva la forêt
chante son chaat, si
la
superbe
!
et
geboren
dichteres.
mon
Sylva,
zij
was het
het zelf zong
EUe même
forêt.
je n'etais née au fond des bois
pour redire ce chant, Zij
zijn,
haar pseudoniem ontleende, zooals
zij
elle
zij
que j'aime
luth serait muet."
Haar
dagboek
zelf
schreef ze
in
aan den Rijn de geliefde zangster, wier Rijnzangen op 't land en in de steden, in studentenkringen en in de romantische kasteelen met veel lust in choor gezongen worden. Nog verzen
uit
;
en nog
is
Rumenië zong
ze
zij
Du Du
den Rijn toe Rebenland, du grüner Wald Rhein, mit deiuein Schimmer,
Dein Glanz
ist fern,
dein Sang verhallt,
Ich bin entfloh'n für immer. Oft, oft schliess ich die
Dann hör
Augen
zu,
ich singen, rauschen,
Seh' Schafe ziehn in sonniger Ruh'
Der Wind die Segel bauschen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's