Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 163
DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. Ook van
het mannetje en zijn wijfje.
en
zeven,
mannetje en het
het
Want
gansche aarde.
op de
het gevogelte des hemels zeven
wijfje,
over
om
nog
zaad levend
dagen
zeven
op de aarde, veertig dagen en veertig nachten
regenen
van den aardbodem verdelgen
al
te
zal ;
houden Ik doen
en Ik
zal
wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
En Noach deed naar al wat de Heere hem geboden had. Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was. Zoo ging Noach en zijne zonen en zijne huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, van wege de wateren des vloeds. Van het reine vee en van het vee dat ,
,
,
niet
en van het gevogelte, en
rein was,
kruipt,
kwamen
er
netje en het wijfje
,
wat op den aardbodem
twee tot Noach
twee en
in
de ark, het man-
God Noach geboden
gelijk als
schiedde na die zeven dagen
al
En
had.
het ge-
dat de wateren des vloeds op de aarde
,
waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede
maand, op den zeventienden dag der maand, op dezen zijn alle fonteinen des
zelfden dag
grooten afgronds opengebroken en de sluizen
hemels geopend. En een piasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen desgelijks Noachs huisvrouw en de drie vrouwen zijner zonen met hen in de ark. Zij en al het gedierte naar zijnen des
,
aard,
en
al
,
het vee naar zijnen aard, en al het kruipend gedierte,
dat op de aarde kruipt, naar zijnen aard, en
aard,
zijnen
alle
vogeltje
van
allerlei
vleugel.
al
het gevogelte naar
En van
alle vleesch,
kwamen er twee en twee tot Noach in de ark. En die er kwamen die kwamen mannetje en wijfje van alle vleesch gelijk als hem God bevolen had. En de Heere sloot achter hem toe. En die vloed was veertig dagen op de aarde
waar
een
geest
des
levens
in
was
,
,
,
,
en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zoodat zij oprees boven de aarde. En de wateren namen de overhand en vermeerderden zeer op de aarde en de ark ging op de wateren. En de wateren namen gansch zeer de overhand op de aarde, zoodat alle hooge bergen, die onder den ganschen hemel zijn, bedekt werden. ,
;
Vijftien ellen
omhoog namen de wateren de overhand
,
en de bergen 143
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's