Om de oude wereldzee - pagina 104
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
88
RUMENIB.
.
Ook de zang en muziek werden door Carmen Sylva aangemoedigd. Men kent kunstnij verheid vond de nationale
Rumeensche volkszangen
de
uit
stijl
reeds weer toepassing.
Kotzebue's Rumdnische
Volkspoesie
(Jassy 1853) en uit Greenville Murray's The national songs and legends
of Roumania (Londen 1859), en dit volkslied leeft nog, gesteund door de muziek der Lautari, meest Zigeuners, met viool, fluit en cobra,
Maar hoogere muzikale compositie
een groot soort mandolin.
toeft
nog. Alleen Alexander Flechtenmacher, de directeur van het conse:
nam
te Bucharest,
vatoire
hoogere vlucht en bleef daarbij onder
(5
gelukkige inspiratie van het Rumeensche volkslied.
Doch met wat vaste hand Koning Carol ook zijn duchtig leger schiep, en met wat idealen zin hij ook aan Rumenië's geestelijke verheffing zijn beste krachten wijdde,
goede
geen
financiën
nationale
hij
doorzag uitnemend, dat zonder
wedergeboorte
viel
door te zetten,
en dat zouder klimming van de economische welvaart onder het volk, de financieele toestand van het Rijk niet gezond kon worden. Het leven
Vorstendommen was op uiterst een voudigen voet ingericht geweest. Het budget van beide Staten saam bleef onder de 20 millioen gulden. De Parijzer weelde begon pas in het land te komen. De in de vroegere
uitvoer
ging
30 millioen gulden niet te boven.
de
uoodig was, leende de schatkist, zoo in Moldavië
hoogen interest 1864 bij
bij
privaat-personen, vooral
bij
En
als er
als Wallachije,
geld
tegen
rijke Joden. Eerst in
slaagde Couza, de Vorst over beide Staten, er
in, in
Engeland
de haute finance een leening aan te gaan van 17^ millioen gulden.
Nog
in
vier jaar vóór Prins Karel in Bucharest zijn intocht
1862,
was het budget voor heel het Rijk geraamd op nog geen millioen francs, brachten de inkomsten niet meer op dan 35^
hield, 4<)
millioen
francs,
bedrag,
laag
klom
het
gaf de
en
nog een
budget
in
70 millioen, met een
en
61^
financieele
deficit
1867, feitelijk
van bijna
het
eerste
gestie van dat jaar, op zoo 9 millioen francs.
jaar
van
zijn
En wel
bewind, tot
bedrag van 66 millioen aan inkomsten
millioen aan uitgaven, zoodat er een batig saldo over bleef
van 4^ millioen; doch reeds in het daaropvolgend jaar (1868) sloeg dit weer om in een tekort van 15f millioen. Maar gaandeweg is de staat van zaken dan toch zoo in het oog loopend gebeterd, dat het budget
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's