Onze leestafel - pagina 18
464
ONZE LEESTAFEL.
komen
overeenstemming met de oude, welbeproefde methode dat over onzes grootsten dichters terugkeer tot de alleenzaligmakende moederkerk, na al zijn protestantsche omdolingen, is in
deze jubel gezet niet
slechts
nieuwste hollandsch, maar zelfs in het
het
in
in het Kollewijnsch, dat „de toekomst heeft", gelijk
allernieuwste,
de geloovigen
—
zeggen
ook dat
en
J.
Toorop
op den band
symbolische versieringen van primitieve gothiek aanbracht, volgens
den
schrijver:
„eigen
denk
zich,
ik,
Toorop"
vinding van
„toch volkomen in
loof],
Vond e I's
(wat ik gaarne ge-
geest" (waarover Vondel-zelf
het meest zou verbaasd hebben).
In zeven (toch niet ook van wege de mystiek dit heilige ge-
hoofdstukken
tal?)
vertoont
Mennist, Remonstrant
dan
de schrijver ons
Vondel
als:
Vriend^ Dichter^ Bekeerling, Bekeerder^ Bur-
(?),
en in elk hoofdstuk staan kernige, puntige, soms ook mooie
ger',
dingen;
en
dus moet ieder die belang stelt in onzen heerlijken vooral onze beste papenhaters ja, die
—
Vondel, en moeten ook
—
vooral! terwijl
kennis
nemen van
terugkeer tot de moederkerk,
zijn
—
de noodige aanteekeningen
met permissie: 80 bladzijden
„aantekeningen" op 148 bladzijden tekst schrijver
volkomen thuis
heen zoo'n beetje
mag
op
—
zijn
terrein,
doorslaan
of gul
is
hen verzekeren dat de en dus door den ernst gelijk
lachen,
hij
zoo
gaarne doet.
Een bezwaar is,
al te 't
jubelt
slechts heb ik tegen het boek, dat het al te echt
goed, naar inhoud en vorm.
Is te begrijpen dat 'n overtuigd
over
Vondei's overgang
roomsche kerk, maar heeft
Want
de ernstige
onbekeerde,
hij
Vondel
afgekeerde,
—
Roomsche,
wil
men
als
de schrijver,
terjugkeer
—
tot
de
recht te spreken van zijn bekeering? is,
nooit
openbaar leven, nooit een
in zijn
een
ijdel
wereldling
of
onecht
mensch geweest; en een Mennist of Remonstrant reeds als zoodanig een onbekeerde te noemen is wat al te echt Eveneens is het te begrijpen dat deze roomsche, fijne kunstkenner alles voelt voor het „oubollige", zeventiend-eeuwsche proza, vooral als de dominees en theologische leeken begonnen te plukharen. Ook nog dat 'n tikje van dien ruwen toon in 's schrijvers puntig, forsch proza, juist door haar kranige objectiviteit, ware weer te vinden. Maar zoo als 't soms hier gaat! Eén voorbeeld. „Aan zijn (Vondel) toon valt acousties-zeker zijn verhouding tot bepaalde personen ment, trekt
te
weten.
de Puriteinen duwt hij
de pruik van
hij
De
stijve
dominees zet
spiernakend het bad
hun kletskop
—
•
is
't
zijn
in,
hij
'n lave-
de rechters
schuld dat er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 30 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 30 Pagina's