Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 166
:
DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. goten worden
Maar
want God heeft den mensch naar
;
gijlieden
en
vruchtbaar,
weest
,
zijn
beeld gemaakt.
vermenigvuldigt;
teelt over-
op de aarde, en vermenigvuldigt daarop. Voorts zeide God tot Noach, en tot zijne zonen met hem, zeggende Maar Ik, ziet. Ik richt mijn verbond op met u, en met uw zaad
vloediglijk voort
na
het vee
,
levende
alle
en van
ark gegaan
de
uit
met
en
u;
van
zijn,
tot
al
met u
die
ziel,
van het gevogelte,
is,
der aarde met u
alle gedierte
;
van allen
het gedierte der aarde toe.
,
En
die
Ik
verbond op met u dat niet meer alle vleesch door de richt wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zijn zal, om de aarde te verderven. En God zeide: Dit is het teeken des verbonds, dat ik geef tusschen Mij en tusschen ulieden, mijn
,
alle levende ziel, die met u is tot eeuwige geslachten. boog heb Ik gegeven in de wolken die zal zijn tot een teeken des verbonds tusschen Mij en tusschen de aarde. En het zal dat deze boog zal als Ik wolken over de aarde breng geschieden gezien worden in de wolken. Dan zal Ik gedenken aan mijn verbond
en
tusschen
Mijnen
;
,
,
hetwelk
van
is
vloed
om
zijn,
zal
tusschen Mij en tusschen u en tusschen alle levende
En de wateren
ziel
meer wezen tot eenen alle vleesch te verderven. Als deze boog in de wolken zoo zal Ik hem aanzien om te gedenken aan het eeuwig
vleesch.
alle
zullen niet
verbond tusschen God en tusschen alle levende ziel van alle vleesch dat op de aarde is. Zoo zeide dan God tot Noach Dit is het teeken :
des
verbonds,
dat Ik
vleesch dat op de aarde
HET VERHAAL
opgericht heb tusschen Mij en tusschen alle is.
IN SPIJKERSCHRH^T.
hem, namelijk
Gilgamos:
1.
Nüh-napishtim zeide
2.
Ik zal u openbaren, o Gilgamos, een verborgenheid,
tot
3.
En de
4.
Surippak, de stad, die
5.
Aan den
6.
Deze stad was
7.
Hun
beslissing der
gij
zal ik
hart
is
die
ze gelegen,
—
—
goden binnen in haar machtige goden aan, een vloedstorm
vol geweld; en de
dreef
u mededeelen.
—
kent,
oever van den Eufraat
verwekken. 146
goden
tot
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's