Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 164
, :
DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. werden bedekt. En alle vleesch, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest van het gevogelte en van het vee en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mensch. Al wat eenen adem des geestes des levens in zijne neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzoo werd verdelgd al wat bestond dat op den aardbodem was van den ,
,
,
,
mensch aan
des hemels,
vogelte
Noach
,
het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het ge-
tot
en
alleen bleef over
zij
werden
verdelgd
en wat met hem
,
in
van de aarde; doch
de ark was.
hadden de overhand boven de aarde, honderd en
En God dat
vee,
de aarde
gedacht aan Noach
,
en aan
En de
vijftig
al het gedierte
,
wateren
dagen.
en aan
al
het
God deed eenen wind over doorgaan, en de wateren werden stil. Ook werden de fonmet hem
de ark was; en
in
en de sluizen des hemels gesloten en de piashemel werd opgehouden. Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde heen en weder vloeiende en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande en afnemende tot de tiende maand. In de tiende maand, op den teinen des afgronds
,
,
den
van
regen
,
;
,
maand, werden de toppen der bergen
eersten der
En
het
gezien.
geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het
gemaakt had, opendeed. En hij liet eene heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij eene duif van zich uit om te zien of de wateren gelicht waren van boven den aardvenster
raaf
der ark,
uit,
die
die
hij
dikwijls
,
,
bodem. Maar de duif vond geene rust voor het hol van haren voet zoo keerde zij weder tot hem in de ark want de wateren waren op de gansche aarde. En hij stak zijne hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen ;
;
toen
liet hij
de duif wederom
uit
de ark. En de duif
tegen den avondtijd; en zie, een afgebroken
bek
;
zoo merkte Noach
144
kwam was
tot
in
hem
haren
dat de wateren van boven de aarde gelicht
Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en uit, maar zij keerde niet meer weder tot hem.
waren. duif
,
olijf blad
hij
liet
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's