Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 164

2 minuten leestijd

, :

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. werden bedekt. En alle vleesch, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest van het gevogelte en van het vee en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mensch. Al wat eenen adem des geestes des levens in zijne neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzoo werd verdelgd al wat bestond dat op den aardbodem was van den ,

,

,

,

mensch aan

des hemels,

vogelte

Noach

,

het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het ge-

tot

en

alleen bleef over

zij

werden

verdelgd

en wat met hem

,

in

van de aarde; doch

de ark was.

hadden de overhand boven de aarde, honderd en

En God dat

vee,

de aarde

gedacht aan Noach

,

en aan

En de

vijftig

al het gedierte

,

wateren

dagen.

en aan

al

het

God deed eenen wind over doorgaan, en de wateren werden stil. Ook werden de fonmet hem

de ark was; en

in

en de sluizen des hemels gesloten en de piashemel werd opgehouden. Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde heen en weder vloeiende en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande en afnemende tot de tiende maand. In de tiende maand, op den teinen des afgronds

,

,

den

van

regen

,

;

,

maand, werden de toppen der bergen

eersten der

En

het

gezien.

geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het

gemaakt had, opendeed. En hij liet eene heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij eene duif van zich uit om te zien of de wateren gelicht waren van boven den aardvenster

raaf

der ark,

uit,

die

die

hij

dikwijls

,

,

bodem. Maar de duif vond geene rust voor het hol van haren voet zoo keerde zij weder tot hem in de ark want de wateren waren op de gansche aarde. En hij stak zijne hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen ;

;

toen

liet hij

de duif wederom

uit

de ark. En de duif

tegen den avondtijd; en zie, een afgebroken

bek

;

zoo merkte Noach

144

kwam was

tot

in

hem

haren

dat de wateren van boven de aarde gelicht

Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en uit, maar zij keerde niet meer weder tot hem.

waren. duif

,

olijf blad

hij

liet

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's