Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 172

2 minuten leestijd

! ;

;

!

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. 157. „Gij, wijze onder de 158. Gij

hebt

u

goden (en) krijgsman

beraden, toen

gij

geenszins

wèl

een vloed hebt

verwekt 159. 160.

Leg op den zondaar zijn zonde! Leg op den schuldige zijn schuld!

161. (Maar)

scheld

oefen geduld

kwijt!

(iets)

laat

!

hem

niet

laat

hem

niet afgesneden

worden!

(weggevaagd worden)

162. Inplaats van een vloed te verwekken, 163. Laat de leeuw

komen en de menschen verminderen!

164. Inplaats van een vloed te verwekken, 165. Laat een luipaard

komen en de menschen verminderen!

166. Inplaats van een vloed te verwekken, 167. Laat een

hongersnood uitbreken en het land (woest maken).

168. Inplaats van een vloed te verwekken, 169. Laat de pestilentie

(lett.

Girre,

d.i.

de god van de pest) komen

en de menschen dooden!

heb het raadsbesluit der machtige goden gemaakt

170. Ik

171. (Iemand) hij

172.

heeft

niet

openbaar

Atranasis gezichten laten zien, en zoo vernam

het raadsbesluit der goden."

Daarop beraadde hij zich in zichzelf (of: nam hij een besluit); kwam aan boord van het schip, Greep mijn hand en bracht mij (buiten het schip), Bracht ook mijn vrouw (en) deed haar naast mij nederknielen

173. Bel

174. 175.

176. Hij

plaatste ons aangezicht tot aangezicht, en tusschen ons in

staande zegende

hij

ons, (zeggende):

vrouw ons gelijk zijn. vrouw evenals wij goden zijn. ver weg (van de menschen) wonen, aan de

177. „Binnenkort zullen Nüh-napishtim en zijn 178. Ja,

nu zullen Nüh-napishtim en

179. Nüh-napishtim zal

180.

monding der Toen namen

rivieren zij

!"

mij op en deden mij ver

mondins; der rivieren.

15-

zijn

weg wonen, aan de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's