Om de oude wereldzee - pagina 308
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET JOODSCHE PROBLEEM.
284
van
den
landgenoot
door
van elders ingekomen kring, de
een
sympathie voor de Joden niet versterkt.
vreemd oostersche, dit geïsoleerd geheimzinnige, en niet het minst uit dit chócheme in zaken, zeker min sympathiek gevoel ten opzichte van de Joden, vooral op het platteZoo verklaart het zich dan, dat
en
land
de
bij
kleine
burgerij,
uit dit
opkwam
dienstige tegenstelling werkte in later
hierop
in.
In het eerste
eeuwen
niet dan zeer bijkomstig
opkomen der Christenheid was
Toen de Joden nog
anders.
De gods-
en stand hield.
dit natuurlijk
in blind fanatisme, al wie Christen werd,
vervolgden, behield volle kracht het apostolisch woord uit
2:15:
,,
1
Thessal.
welke gedood hebben onzen Heere Jezus Christus, en hunne
hebben vervolgd, en Gode niet behagen en menschen tegen zijn." Later daarentegen, toen de rollen werden
eigen alle
en
profeten,
ons
omgekeerd, en de Jood van vervolger vervolgde werd, verloor allengs
Het moge nawerken in het Oosten, en min of meer nog gevoeld worden in geheel Roomsche landen, in Protestantsche kringen heerschte van meet af een geheel andere stemming. In de hooge vereering van de heilige Schriften des Ouden verwijt zijn toepassing.
dit
Testaments
De
vond Jood en Calvinist een ongezocht vereenigingspunt.
belangstelling in het Joodsche volk als overblijfsel van de natie, die
God eens uitverkoor, was vooral in strenggeloovige kringen verre van zeldzaam. En wat alles afdeed, vooral onder de Gereformeerden legde
men
er steeds
nadruk
op, dat instioimenteel
wel de Joden Jezus' dood
bewerkt hadden, maar dat het eigenlijk motief, dat tot het oprichten van het kruis op Golgotha leidde, te zoeken was in de zonde zelve, zonde ,,van heel ons menschelijk geslacht."
in de
kerkelijke
hem
al die
gezangen
betuigd
wordt:
jammeren aan;" en wat
in
„Ik
deed
Wat nog in
een der
door mijne zonden
Bachs Mattheus' Passion
in het
koraal beleden wordt: ,,Ach, meine Schulden haben Dich geslagen!"
en op
't
geroep:
,,Er leidet alle Höllenqualen.
Raub bezahlen", nogmaals betuigd wordt met ach Herr Jesu, habe dies verschuldet, was bestendige
klaagde
strekking
men
aan,
van
alle
maar men
Du
Er
instrumenteele bedrijf der Joden
uit
erduldet!"
de schuld.
,,Ich,
— drukt de
Niet den Jood
En
zelfs
den apostolischen
voelde ieder, dat het niet aanging op de Joden van verhalen, wat
fremden
deze woorden:
lijdensprediking uit.
viel zelf in
soll für
zijn
tijd
wat het betrof,
eigen tijd te
hun vaderen vóór 16 en meer eeuwen misdeden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's