Om de oude wereldzee - pagina 165
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
RUSLAND.
van hun actie oefenen deze
karakter
en mystieke
fanatieke
dit
149
revolutionairen een betooverenden invloed op de lagere bevolking der
maar een twintigste van het volk zouden hebben, maar toch bezitten ze nu reeds in de Niet
steden
uit.
achter
zich
alsof
bevolking
stedelijke
ook
ze
een
waaruit steeds nieuwe elementen
reserve,
hun toekomen, en op wier medewerking ze muurvast rekenen kunnen. Toch zou deze revolutionaire woeling nooit geheel Rusland in beroering hebben gebracht, indien de emancipatie van de lijfeigenen
zoo machtige gisting op het platteland had veroorzaakt.
niet
1593
nog geen
bestond
Vóór
Wel was
lijfeigenschap in eigenlijken zin.
de Moejik verplicht op bojarenland te arbeiden, maar op den dag van St. hij
Georges was
aan
zijn
en moest
hij
vrij,
om
naar elders te trekken. Voor één jaar was
landheer gebonden, ontving van
hem
land vooreigen gebruik,
tenminste drie dagen in de week arbeiden op het
zijnerzijds
land van zijn heer; maar was de oogst afgeloopen, dan was
en
kon,
naar
geheel
en
zoeken, bedacht,
en
zin
voorkeur,
naar beter streek.
liefst
weer
;
want gingen de boeren
geen andere opdagen,
dan
vrij,
een ander landheer
De
landheer, hierop
was dientengevolge wel verplicht op goeden voet met
boeren te blijven er
eigen
dan
trok
hij
die hij had, weg,
en
zijn
kwamen
bleef hij zonder volk zitten, en zijn
land werd waardeloos, vooral in weinig bevolkte streken. Deze staat
van zaken,
vanzelf toe
er
die
leidde, dat
een gestadige trek naar
min gunstige streken ontvolkt werden, vaardigde Feodor, de zoon van Iwan den
beter streken ontstond, en de
moest
en hiertoe
gestuit,
Verschrikkelijke, in 1593 de ordonnantie uit, dat geen boer meer, zonder
de toestemming van
zijn heer,
't
land waar
Zoo ontstond in Rusland eerst
mocht.
bij
eenmaal was, verlaten den ingang der 17e eeuw hij
het lijfeigenschap, dat Alexander II in 1861 heeft afgeschaft. dit lijfeigenschap
was het leven der boeren nog
dragelijk.
Onder
Ze ontvingen
meest per gezin 12 a 15 deschatines land in eigen gebruik, en waren daarvoor aan hun landheer, verschuldigd, roebel
per
w.
d.
hoofd
z.
een
per jaar
hetzij
heerediensten van 3 dagen, óf o^?-o/^
vergoeding bedroeg.
in
De
geld,
die gemeenlijk 10
wederzijdsche verhouding
den boer en zijn landheer was niet onhartelijk, en in de Mir vond de boer een eigen sfeer van collectief autonomisch leven. Het hardste was alleen, dat de landheer allengs ook administratief-
tusschen
juridiek agent
van de Regeering werd, en
juist in die qualiteit
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's