Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 165

2 minuten leestijd

:

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand op den eersten dier maand dat de wateren opdroogden van boven de aarde. Toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en zie, de aardbodem werd droog. En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd. Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uwe ,

,

uwe zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al met u is. van alle vleesch, aan gevogelte, en aan

en

huisvrouw,

het gedierte, dat

vee, en aan

en

vruchtbaar

Noach

uit

kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe

al het

met u uitgaan;

en

dat

en zijne zonen

,

overvloediglijk voorttelen op de aarde,

zij

vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging

en

zijn,

,

en zijne huisvrouw

,

en de vrouwen zijner

zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hunne geslachten gingen uit de ark. ,

En Noach bouwde den Heere reine vee

dat

en van

,

in

hart

zijn

vloeken

om

hart

boos van

het

is

het rein gevogelte

al

En de Heere rook

altaar.

zeide

een altaar; en

des menschen wil zijne

aardbodem

meer vermenschen voortaan niet meer al

jeugd aan

en Ik zal

;

der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en

dag en nacht,

niet

vruchtbaar

en

vrees,

over

en

zijne

vermenigvuldigt

uwe verschrikking

zij

,

over

het gevogelte des hemels; in

al

niet

's

hitte,

en zomer en

ophouden.

En God zegende Noach en Zijt

het

slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen

levende

winter, en

al

dien liefelijken reuk, en de Heere

want het gedichtsel van

,

van

en offerde brandofferen op

,

Ik zal voortaan den

:

nam

hij

zonen

,

en Hij zeide tot hen

en vervult de aarde al het gedierte al

!

En uwe

der aarde, en

wat zich op den aardbodem

uwe hand overgegeven.

roert, en in alle visschen der zee;

zij

zijn in

Al wat zich

zij

u tot spijze; Ik heb het u al

gegeven, dat het

is

zijn

bloed

roert, dat levend is,

gelijk

het groene kruid.

bloed, zult

uwer

gij

zielen

Doch het vleesch met zijne ziel, En voorwaar. Ik zal uw bloed,

niet eten.

hand van

eischen; van de

alle gedierte zal

Ik het eischen: ook van de hand des menschen, van de hand eens iegelijken

des

zijns

broeders zal Ik de

menschen bloed

vergiet,

zijn

ziel

des menschen eischen.

bloed

zal

Wie

door den mensch ver145

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's