Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 165
:
DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand op den eersten dier maand dat de wateren opdroogden van boven de aarde. Toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en zie, de aardbodem werd droog. En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd. Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uwe ,
,
uwe zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al met u is. van alle vleesch, aan gevogelte, en aan
en
huisvrouw,
het gedierte, dat
vee, en aan
en
vruchtbaar
Noach
uit
kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe
al het
met u uitgaan;
en
dat
en zijne zonen
,
overvloediglijk voorttelen op de aarde,
zij
vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging
en
zijn,
,
en zijne huisvrouw
,
en de vrouwen zijner
zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hunne geslachten gingen uit de ark. ,
En Noach bouwde den Heere reine vee
dat
en van
,
in
hart
zijn
vloeken
om
hart
boos van
het
is
het rein gevogelte
al
En de Heere rook
altaar.
zeide
een altaar; en
des menschen wil zijne
aardbodem
meer vermenschen voortaan niet meer al
jeugd aan
en Ik zal
;
der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en
dag en nacht,
niet
vruchtbaar
en
vrees,
over
en
zijne
vermenigvuldigt
uwe verschrikking
zij
,
over
het gevogelte des hemels; in
al
niet
's
hitte,
en zomer en
ophouden.
En God zegende Noach en Zijt
het
slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen
levende
winter, en
al
dien liefelijken reuk, en de Heere
want het gedichtsel van
,
van
en offerde brandofferen op
,
Ik zal voortaan den
:
nam
hij
zonen
,
en Hij zeide tot hen
en vervult de aarde al het gedierte al
!
En uwe
der aarde, en
wat zich op den aardbodem
uwe hand overgegeven.
roert, en in alle visschen der zee;
zij
zijn in
Al wat zich
zij
u tot spijze; Ik heb het u al
gegeven, dat het
is
zijn
bloed
roert, dat levend is,
gelijk
het groene kruid.
bloed, zult
uwer
gij
zielen
Doch het vleesch met zijne ziel, En voorwaar. Ik zal uw bloed,
niet eten.
hand van
eischen; van de
alle gedierte zal
Ik het eischen: ook van de hand des menschen, van de hand eens iegelijken
des
zijns
broeders zal Ik de
menschen bloed
vergiet,
zijn
ziel
des menschen eischen.
bloed
zal
Wie
door den mensch ver145
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's