Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 218
,
DE IJSTIJD ALS EEN WEZENLIJKE OORZAAK. die tevoren onder
hoogten
zijn
den zeespiegel begraven lagen
sinds tot groote
omhoog gebeurd. Inderdaad, de uitdrukking van „de
korst der aarde"
is
evenzeer wetenschappelijk,
korst
als
met de massa van de aarde
staanbaar. Vergeleken buitenste
,
slechts
een schelp
,
voor ieder veris
de afgekoelde
die gevoelig reageert
,
zoodra
eenig gewicht van het eene punt naar het andere verplaatst wordt.
Dit
aan den dag gekomen
is
bij
de ophooping van het gletscher-ijs
en het daarop gevolgde smelten.
Dat het inwendige der aarde veertig of vijftig mijl beneden de is om alle bekende mineralen te smelten is buiten alle redelijke tegenspraak. ^) Voorzoover de mensch in putten en mijnen is doorgedrongen in de oppervlakte der aarde, is gebleken dat de temperatuur op elke vijftig of zestig voet één graad hooger wordt, of honderd graden op elke mijl, wat op vijftig mijlen diepte een hitte geeft van vijf duizend graden. Dat er zulk een reservoir van hitte bestaat binnen een betrekkelijk geringen afstand van de aardoppervlakte blijkt duidelijk genoeg uit het bestaan van vulkanen van wier werking wij uit droevige ervaring weten dat ze niet tot voorbijgegane eeuwen beperkt is. Tot welk een omvang het binnenste der aarde evenwel in vloeibaren toestand verkeert, wordt niet alleen door den warmtegraad bepaald. Want naarmate men dichter nadert tot het middelpunt der aarde, neemt de zwaartekracht zoozeer toe in druk, dat men oppervlakte heet genoeg
,
,
,
,
Het volledigst wordt de vraag naar de mate, waarin de temperatuur het afdalen onder de oppervlakte der aarde, behandeld door Prestwich
^)
stijgt bij
in
zijn
dat
—
blz. 146 279. Hij komt tot de de gemiddelde stijging één graad Fahrenheit beloopt op elke
»Controverted Ouestions in Geology",
conclusie,
49,9 voet. De diepst bekende bron in de Vereenigde Staten is die in West Elizabeth, in den staat Pennsylvanië, twaalf mijl ten zuidoosten van Pittsburgh,
waar men
kwam
een diepte van 5,575 voet. Op 5,380 voet was de tempemet een stijging van één graad op elke 69,5 voet. (Zie de rapporten der West Vh-ginia 'Geological Snrvey, Deel I, a, blz. 104.)
ratuur
198
tot
127 Fahr.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's