Om de oude wereldzee - pagina 68
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
RUMENIË.
54
is,
groeit in geestelijken zin meê.
gedijen.
De
Er
is
thans in Rumenië een rustig
straatkabalen, vroeger in Bucharest aan de orde van den
nu een vast-ineengezet, met krachtige hand geregeerd Staatswezen, dat van het buitenland ook financieel steeds minder afhankelijk, aan zijn naburen eerbied inboedag,
goed
zoo
hielden
als
op.
Er
is
zemt en onder de gewezen Vasal-Staten van het rijk der Osmanli's verreweg den eersten rang inneemt. Uit dien rang zal het niet licht verdrongen worden. Nu reeds neemt zijn bevolking met een kleine honderdduizend zielen per jaar toe. Het land is groot en vruchtbaar, kan zeer wel meer dan het dubbele zijner bevolking voeden, en ook die uitbreiding blijft het sterk door eenheid
bij
taal,
van
ras,
eenheid van
eenheid van religie en, als uitvloeisel hiervan, door eenheid van
nationale zede en nationaal ideaal.
Toch
blijft
het zeer de vraag, of Rumeniê zonder den hoogen zin,
het vroed beleid en de energieke volharding van zijn eersten koning,
gekomen
Koning Carol de booze geesten had kunnen bezweren, indien hij niet gedragen ware geweest door den rustigen geloofsmoed van zijn geheel eenige Gemalin. De naweeën van de Turksche overhoogheid, van het land en volk verdervend Phanariotenbewind, en van de zwakheid der daarop gevolgde inlandsche vorsten, drukten zoo benauwend op de sociale verhoudingen ooit tot zichzelf zou
zijn,
en op de politieke manieren,
en of
dat
zelfs
straatkabaal
de bewindvoering
beheerschte, alle gouvernementeele kracht aan de regeerders ontzonk,
en de financiers hopeloos stonden. Zelf riep toen het volk en riepen zijn leidslieden
om
een vorst uit den vreemde, en geen grooter dienst
heeft toen Keizer Napoleon aan
Rumenië kunnen bewijzen, dan door
de raadvragende agenten die naar Parijs kwamen, te verwijzen naar Prins Karl von Hohenzollern Sigmaringen. Napoleons voorliefde voor
dezen Prins verklaart zich gereedelijk uit het dynastieke
feit,
dat
hij
de kleinzoon was van Prins Murat en van Stephanie Beauharnais, de aangenomen dochter van den eersten Napoleon, later gehuwd met
den
om
Pi-ins 's
van Baden.
Tegelijk hoopte Napoleon op Pruisen's steun
Prinsen aanhoorigheid tot het Huis van Hohenzollern.
En ook de
Roomsch-katholieke confessie van den Prins kwam Napoleon in het
Maar toch
lijdt
gevlij.
het geen twijfel, of de toenmalige Keizer wist ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's