Om de oude wereldzee - pagina 271
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET JOODSCHE PROBLEEM. Sympathiek
in
247
den gedachtenkring van deze Duitsche en Fransche
was voor de Joden de leuze van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Zij waren de van vrijheid beroofden, de achtergerationalisten
de
stelden,
geslotenen
waardig voor de een
ideaal
dat
den nationalen
buiten
volkskriug.
wet met de overige landzaten
hun
Niet,
toelachte.
onverzwakt in de pretentie, dat
Goim beneden hen. Goim gelijk gesteld waardigh'eid. Maar
dit
met de
Veeleer stonden
boven de Goim stonden, en de
toch waren het uitverkoren volk.
Zij
te
zij
Gelijk-
worden, was
dat de gelijkstelling
Christenen hen in den diepsten grond bevredigde. ze
te
was alzoo op
worden,
was
theorie.
In
de
zichzelf
Met de beneden hun
practijk
diep al het hinderlijke en krenkende van de achterstelling
voelden bij
de
ze
Goim
voor de wet, en lachte de eindelijke val van de ,,Ghetto"-gedachte
hun
toe.
Als in een gedrukte en verdrukte groep gistte er onder hen
bovendien alle eeuwen door een revolutionaire geest, en zoo sloten ze zich
dan aan de groote omwenteling van 1789 met volle sympathie aan, juist zooals de Protestanten dit in alle
Roomschen steld
is,
Roomsche Staten deden, en de
in de Protestantsche Staten. Al wie verdrukt of achterge-
begroet de slaking zijner banden
als
een dageraad van verlossing.
Tot op dat oogenblik hadden de Joden, althans sinds de 15e eeuw, in alle landen van
Europa zich gehandhaafd op het oude, traditioneele
standpunt van volledig nationaal isolement.
Ze
leefden
hun eigen
leven in engen kring, en tusschen hen en de gedoopteu stond hoog de
Chiueesche muur van hun
hun
hun ceremonieel, en hun nationale eigendommelijkheid opgetrokken. Ze vermengden zich niet, en meden elke aanraking met het cultuurniveau van het volk dat hen herbergde. Ze leefden met de gedoopte Christenheid in eenzelfde .stad, maar beiden vormden twee bijna hermetisch afgesloten groepen. Dit aloude leven nu zetten de Joden in Rusland, Rumenie, Turkije, en in het algemeen in het Oosten, ook nu nog voort. Zij spreken daar bijna uitsluitend hun Duitsch-Joodsch of het Spagnioolsch. Ook hun litteratuur is in die eigen taal of in het Hebreeuwsch geschreven. Meest dragen ze nog hun eigen kleederdracht, laten hun baard en hun zij-haarlokken groeien, hebben hun eigen rabbinistische rechtsl)edeeling, en zoeken hun intellectueele scherpte te oefenen door talmudistische
klein
deel
studie.
Hun
taal,
groote
religie,
massa
weet door geldhandel
is
en
blijft
arm.
zijn lot te verbeteren,
Slechts een
en niet dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's