Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 178

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 178

1 minuut leestijd

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. op het water en de heenwijzing naar het openbreken van de fonteinen des grooten afgronds geheel toevallig zouden vermeld drijven

Het

zijn.

is

in

de hoogste mate onwaarschijnlijk, dat

<\q.

juiste

beschrijving van zulke ongetvone gebeurtenissen te danken zou zijn

aan toevallige legendarische vermoedens. Tegelijkertijd

laat

de duur

van den zondvloed volgens Genesis ruimte voor een trapsgewijzen loop der gebeurtenissen

die

,

uitnemend overeenkomt met de weten-

schappelijke opvatting der geologische bewegingen. Indien

,

zooals

de meest waarschijnlijke verklaring zou meebrengen, het water be-

gon terug den

te

vloed

wijken na honderd

af gerekend

,

en

vijftig

dan zou dat neerkomen op duim per dag, een hoeveelheid schouwer onmerkbaar zou wezen. dagen

,

kwam

Vele jaren geleden

de bijzonderheden

al

uit

dagen, van het begin van

ellen viel in vier

vijftien

slechts

die

en zeventig

drie en twee derde

voor een gewonen toe-

een mijner vrienden, die zorgvuldig

het verhaal had nagegaan, tot de conclusie,

de grondslag voor de mededeelingen der Schrift het logboek moest zijn dat op de ark gehouden werd. Zijn voorstelling van

dat

de

zaak

is

wetenschappelijk

ontvingen wij verlof

om

en

overtuigend.

ze hier in haar geheel

Tot onze vreugde

mee

te deelen.

^)

Het bericht zegt, dat Noach in de ark ging op den zeventienden dag van de tweede maand, en dat het eensklaps begon te regenen, veertig dagen voort bleef regenen en toen ophield op den zeven en tvvintigsten dag van de derde maand. Voordat de regen ophield, ,

het verhaal deze bijzonderheden: ie. de ark begon spoedig te

geeft

drijven; 2e. de ark dreef op de wateren, voortbewogen door krachtige

winden

;

3e.

ze

raakte

grond op den top van wat

later bleek

Het hier volgend citaat is van den heer Ds. Jozef B. Davison. Zie ook van S. E. Bishop: ^Hebben wij Noachs scheepsjournaal?" in de Bibliotheca Sac7-a van Juli 1906, blz. 510 517. Onafhankelijk van Dr. Bishop vormde ook William Dawson zich dezelfde voorstelling. *)

het

artikel

158

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 178

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's