Om de oude wereldzee - pagina 414
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
KLEIN-AZIB.
386
Mijn laatste bezoek te Khouia gold tweeërlei. Vooreerst den Bazaar ot TscharscJri, die slechts gedeeltelijk gedekt,
en verre van
en daarna het beroemde Derwischenklooster, of wil die onder den
naam van Mevlevi-Hané,
rijk
men
voorzien
de Tekkieh,
een zekere geestelijke macht
voor heel Klein-Azië en zelfs voor Constantinopel vertegenwoordigt. klooster ligt
niet ver
is,
van de markt en dicht
bij
Het
het paleis van den
Gouverneur. Een hoog portaal geeft door den buitenmuur toegang tot een binnenhof, die met plantsoen en fonteinen versierd, een rustigen
druk maakt. Aan de andere
zijde
in-
van dien binnenhof liggen de gebouwen
voor het mausoleum en den eeredieust bestemd, en daarnevens de bidcellen en overige vertrekken voor
Slechts
een klein gedeelte der aangesloten Derwischen woont in het
klooster, de overigen, die
in de stad. is
den chef en het verdere personeel.
in drie
meest gehuwd
zijn,
Vandaar het beperkt aantal deelen ingedeeld. Het meest
huizen op eigen gelegenheid
bidcellen. in het
De kloostermoskee
oog vallende gedeelte
mausoleum, waar de sarcophagen van de stichters der orde en van de voornaamste Sheiks, die hen opvolgden, staan uitgestald. Vooral de sarcophaag van den stichter wordt in hooge eere gehouden.
is
het
Kostbare sieradiën van tapijtwerk, goud, zilver en keurgesteente verhoogen er den luister van. Van hooge. zilveren kandelabres valt een zacht op het kleed dat de katafalken overdekt, en geheel dit gedeelte van het gebouw wordt voor zoo heilig gehouden, dat geen Kafir het anders dan op zekeren afstand begluren mag. Het vóór dit mausoleum licht
gelegen gedeelte, dat er door een zuilenrij van afgescheiden
is,
doet
dienst voor de ecstatische dansen, waarbij ook „ongeloovigen" tegen-
woordig mogen
zijn;
en wat dan nog overblijft wordt gebezigd voor
gewone mystieke gebedsdiensten.
Bij
mijn bezoek vond ik niet meer
dan een twintigtal ordebroeders in het klooster, die op den binnenhof Den MoUah-Unkiar, die den titel van rustig op banken neerzaten. Dschélébi-Eflfendi voert, en langs dynastieke opvolging aan het hoofd van heel de stichting staat, trof ik
een
man hoog van
gestalte,
bij
den ingang van het portaal. Hij was
met een uitdrukking van diepen ernst op
het gelaat, gehuld in een donkerbruinen mantel, die zonder kraag van
den hals tot aan de voeten afliep, en met een hoogoploopende Fez op het hoofd. Voorts was er aan hem niets bijzonders. Het leven in zulk een Mevlévi-klooster is geheel naar binnen gekeerd, niet alleen binnen de kloosterwanden, maar naar den kant van het innerlijk gemoeds-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's