Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 155
NATUURLIJKE GESTELDHEID VAN PALESTINA. En
geschiedde
het
Sinear,
dagen
de
in
van
Amrafel den koning van
Arioch den koning van EUasar, Kedor-Laomer den koning
van Elam
,
en Tideal den koning der volkeren
met Bera koning
Sodom en met
,
dat
zij
krijg
voerden
Gomorra, Sinab koning van Adama en Semeber koning van Zeboim en den koning van Bela (dat is Zoar). Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim (dat is de Zoutzee). Twaalf jaren hadden zij KedorLaomer gediend, maar in het dertiende jaar vielen zij af. Zoo kwam Kedor-Laomer in het veertiende jaar, en de koningen die met hem waren, en sloegen de Refaim in Asteroth-Karnaim en de Zuzim in Ham en de Emim in Schave-Kirjathaïm en de Horieten op hun gebergte
van
Birsa koning van
tot aan het effen veld van Paran hetwelk aan de Daarna keerden zij wederom en kwamen tot En-Mispat (dat is Kades) en sloegen al het land der Amalekieten en ook den Emorieter die te Hazezon-Tamar woonde. Toen toog de koning van Sodom uit en de koning van Gomorra en de koning van Adama en de koning van Zeboim en de koning van Bela (dat is Zoar), en zij stelden tegen hen slagorden in het dal Siddim tegen Kedor-Laomer den koning van Elam en Tideal den koning der volkeren en Amrafel den koning van Sinear en Arioch den koning van Ellasar, vier koningen tegen vijf. Het dal nu van Siddim was vol lijm-(asfalt) putten. En de koning van Sodom en Gomorra vluchtten en vielen
Seïr
woestijn
,
is.
,
aldaar,
en
namen
al
trokken
de
de
weg.
overgeblevenen
vluchtten
naar het gebergte; en
Sodom en Gomorra en al hun spijze Ook namen zij Lot, Abrams broeders zoon en have
van
have, en trokken weg; want
Toen kwam daar een
die
woonde in Sodom. ontkomen was en boodschapte
zij
en
,
zijn
hij
het aan
Abram den Hebreër die woonachtig was aan de eikenbosschen van Mamre den Emorieter, broeder van Escol en broeder van Aner, dewelke Abrams bondgenooten waren. Als Abram hoorde, dat zijn ,
broeder
gevangen
ingeborenen
Dan
ze na tot
en
zijne
hetwelk
van
was zijn
toe.
En
,
zoo
hij
wapende
ter
linkerhand
zijn
onderwezenen hij
de
,
jaagde
verdeelde zich tegen hen des nachts,
knechten, en sloeg ze, en is
hij
driehonderd en achttien, en
huis,
van
hij
jaagde ze na
Damascus. En
hij
tot
Hoba
bracht
alle
hij
toe,
have 135
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's