Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 53

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 53

2 minuten leestijd

DE JOODSCHE GESCHIEDENIS IN DE SCHRIFT. Zoo 10

:

12

de godvruchtige Keil

zegt

15

zijn

in

commentaar op Jozua

:

Als Jesaja in

naam van

volk den Heere smeekt: „Och, dat

zijn

dat Gij nederkwaamt

Gij

de hemelen scheurdet

uw

aangezicht vervloten" (Jesaja 64: i); of

dat de bergen van David de wonderbare uitredding die zijn God hem schonk met deze woorden bezingt: „Als mij bange was, riep ik den Heere aan,.... en Hij boog den Hij zond van de hoogte en nam mij hemel en daalde neder en trok mij op uit groote wateren" (Psalm 18:7 -17); wien komt ,

,

.

.

.

,

als

.

het dan in den zin

om

die

woorden

op te vatten, als was hemelen of als zou God

letterlijk

hier sprake van een werkelijk scheuren der

werkelijk uit den hemel neergedaald zijn en zijn

om David

uit

het water op te trekken

?

,

hand

uitgestrekt

hebben

Ongetwijfeld heeft het denkbeeld

vergezeld van een aardbeving

de stof Psalm iS; maar het is helder als de dag, dat de treffende bewoordingen van dit lied toch niet volledig kunnen verklaard worden door ze op een aardbeving of een storm-

van een vreeselijken storm geleverd voor de schilderij

,

,

uit

,

wind

Aan

al

te

doen

slaan.

dergelijke spreekwijzen liggen gebeurtenissen ten grondslag,

waarvan sommige trekken met juistheid worden geteekend. De geschiedschrijver, die de hand des Heeren niet onderkent in de tweede oorzaken der historische gebeurtenissen,

Die vorsten, groot

in

Van

d'

een deel

dapperheid.

Heeft door den krijg in

Die koning Sihon,

ziet slechts

stof geleid.

't

Amoriet,

zijnen trotschen zetel stiet;

Die Og, den reus, met heel zijn macht. zijnen arm ten onder bracht.

Door Die

al

wat

leeft

en

adem

heeft

In overvloed zijn spijze geeft. 4

33 III

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's