Om de oude wereldzee - pagina 432
Het raadsel van den Islam - Het land der Pharao's - Soedan - De Hellenen - Sicilie - Het protectoraat van Tunis - De Algerijnsche kolonie - Marokko - Spanje - Portugal
MAROKKO.
396
Oostwaarts af door heel Algiers en Tunis, en schijnt oorspronkelijk, over
Sicilië,
Marokko
tot
aan de Apenijnen geraakt te hebhen.
splitst deze Atlas zich in drie rijen
In eigenlyk
van gebergten, die bijna
evenwijdig loopen maar in hoogte aanmerkelijk verschillen: Zuidwaarts de kleine Atlas, Noordwaarts de Middelhooge Atlas, en in het midden tusschen deze twee de dusgenaamde groote Atlas.
Hieraan
sluit zich
dan naar den kant der Middellandsche zee het kustgebergte aan, dat van de Algiersche grens tot aan Kaap Spartel doorloopt, grootendeels gevormd door het dusgenaamde Rif. Deze bergachtige gesteldheid van het land
verdeelde het als vanzelf in een bijna vlak land langs de
kust van den Atlantischen Oceaan, in een rotskust langs de Middellandsche
zee,
in
hoog bergland met groote plateaux
in het midden,
en een afloopende vlakte met daarbij behoorende Oasen naar den kant
Dank
van de Sahara. en
zijn
geweldige
zij
de groote uitgestrektheid van het bergland
hoogte,
kon het niet anders of
van groote
tal
rivieren moesten ten westen naar de zeekust en ten oosten naar de
Sahara afloopen.
Van Tanger
af gerekend, vindt
men
bij
Larasch de
bij Rabat en Azemoer de Oem-er-Rebia, dan iets beneden Saffi de Tenzift, die Marakkesch besproeit, terwijl nog zuidelijker de Soes, de Noen en vooral de Draa het bergwater naar zee afvoeren. Sommige van de^e rivieren hebben een stroombed van
Koesc, van Fez tot Mehedia de machtige Seboe-rivier, Salé
loopt de Boe Regrag in zee,
500 en meer Kilometers, alleen
bed te ondiep,
om
bij
is
ze bevaarbaar te
den Atlas daarentegen
is
haarval te snel en daardoor het
maken.
Aan den oostkant van
slechts eene rivier die in de Middellandsche
zee uitloopt, de Moeloeya, die eertijds de grens tusschen
Algiers vormde,
de
Zis,
terwijl de overige,
Marokko en
waaronder met name de Charef,
de Guir, de Zoesfana, en de Szoera, in de woestijn verzanden
en gesmoord worden, na in haar eersten aanloop aan groote oasen
Meren heeft Marokko slechts in het Noordoosten. Ook hier zijn deze merea meest Chott s met zoutachtig water, doch zoo weinig gevoed, dat ze zomers vaak droogloopen. Ze worden hier meest Sebkahs genoemd. Het Merdjah de Rasel Doera en het Merdjah de Sidé Boe Salem zijn de grootste. Marokko heeft alzoo overvloed van water, de regen valt er overvloedig, door irrigatie is heel het land te besproeien, en de Sirocco en andere uitdrogende oostelijke winden het aanzijn te hebben geschonken.
zijn er
zeldzaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's