Om de oude wereldzee - pagina 182
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
DE ZIGEUNERS.
166
telling in het commissoriaal rapport
Zigeuners
vond.
(Zie
Ergebnisse
van 1875 niet minder dan 274,940 Ugarn am 31 Januari 1893
der in
De
Budapest 1895.)
durchgefiihrten Zigeuner-conscription.
mogelijkheid
dan ook geenszins uitgesloten, dat de opgaven omtrent Perzié,
is
Kurdistan en
zouden
Klein-Azië,
Maar ook
blijken.
dan nog mate interessant
staan,
verspreid,
hetzelfde blijven
het
is
al
blijft
men
ongeveer een millioen
bij
vijf
stam een in hooge
meer wijl de Zigeuners, hoever ook eeuwen hunner meer bekende historie overal
vertoonen
;
karakter
en
geheel denzelfden
almeer uit
thans
zij
hun verband
zich
Een nomadenvolk
der bevolking.
woeste streken
dungezaaide te
beletten.
heel
de
waarop
Een
Zigeuner het
als
kent geen
voor
naar hartelust
hem
is
de toeneming
de Zigeuners tiert alleen waar
landbouwbevolking buiten
wereld hij
als
de bosschen
zijn,
bewogen.
rukt, en welhaast het
naderend einde van hun nomadisch bestaan voorspelt, veel
volksaard
een volksaard in beginsel geheel verschillend van
het karakter der volkeren door wier midden
Wat hen
hooger
telling, veel, veel
van dezen
optreden
hetzelfde
type,
nauwkeurige
verschijnsel; te
de
in
bij
schuilplaats staat
is,
hun den toegang
vaderland.
bloot
kan omdolen.
en Hij
en de
bieden,
Hij
beschouwt
openliggend
noemt
terrein,
zichzelf
Rom,
wat in zijn taal mensch beteekent, en kan maar niet tot het inzicht komen, dat de bewoners, die hij vindt, creaturen van gelijke waarde zijn
als
busnos,
hij.
In
zijn
trots
en zichzelf alleen
veracht voelt
hij
beschouwt zich uit dien hoofde
als
hij
hen
als
in
als
gorgis,
vollen
zin
gadjos of
mensch, en
den heer der schepping.
Hem
komt nergens als vreemde. 't hij woont bij anderen in, maar die anderen wonen op zijn heihge erve. Als ze na de wintermaanden hun tochten weer gaan aanvangen, maken ze in hun vergadering een
behoort
geheel
de
wereld
toe.
Hij
Al
land
plan
van verdeeling op en wijzen aan elke groep het terrein aan,
is
zijn.
Niet
waarop men dien zomer zal gaan omdolen. Zoo deden ze ook met ons land, waar ze op hun tocht naar het westen reeds in 1420 aankwamen, en zich vooral op de Veluwe en in Montferland, in de Graafschap Zutphen, thuis gevoelden. Er lag door heel Europa land braak, en onbewoond terrein open. Door teekeuen, op steenen en in boomen, wezen zij aan alwie achter hen optoog, den weg aan dien ze waren ingeslagen, en alle onbevolkte streek was hun.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's