Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 180

2 minuten leestijd

,

DE ZONDVLOED EN DE OVERLEVERING. regende, maar dat de fonteinen des grooten afgronds werden opengebroken.

en

eerst

hoofdstuk 8

in

hij in de ark den indruk, dat niet maar dat de zee op hen aanstormde

kreeg

Klaarblijkelijk

alleen de regen neerstroomde :

2

,

zegt

hij

dat de fonteinen des afgronds

,

werden gesloten. Blijkbaar scheen het hem toe dat het ontgrendelen en het toesluiten van de „afgronden" grooter rol speelde bij den vloed dan de regen. Wanneer er geen daling en rijzing van het land heeft plaatsgegrepen om dit verschijnsel teweeg te brengen, dan ,

is

te

het

aan

ongerijmd,

dalen

te

nemen

dan honderd

spoediger

dat

de

vijftig

vloed

is begonnen maar honderd

niet

of zelfs ook

dagen na de veertig regendagen. Maar in de ark heeft men den juisten dag opgeteekend, waarop men voelde dat

tien

natuurlijk wel

het water

rondom hen begon

te

verminderen.

Vier en dertig dagen nadat de wateren begonnen waren

te staan

wanneer we de honderd vijftig dagen rekenen van het begin van den vloed), op den eersten dag der tiende maand, bericht Noach dat de top van dezen berg boven het water uitsteekt. De ark staat op drogen grond. Dat moet een vreugde gewekt hebben om nooit te vergeten. Voorzeker zal men daarvan den juisten dag hebben opgeteekend. Toen was het water juist vijftien ellen gedaald. Veertig dagen later, op den elfden dag der elfde maand, liet Noach een raaf uit, en die keerde niet terug. Op den achttienden liet hij een duif uit maar die kwam haastig weer binnen. Op den vijf en twintigsten liet hij ze weer uit en ze bracht een versch geplukt olijfblad mee terug. Op den tweeden van de twaalfde maand liet hij ze weer uit en ze keerde niet meer vveder. Negen en twintig dagen later, op den eersten dag van het jaar, misschien zijn geboortedag, deed hij voor de eerste maal het deksel van de ark af, (vier

en zeventig

,

,

,

,

en

naar

meer. dien

alle

Hoe dag

richtingen

natuurlijk

juist!

,

rondziende

daarnaar

Rustig wachtte

uit hij

zag

,

te

hij

geen spoor van water

zien en dat te berichten

nog

zes en vijftig dagen.

,

op

Toen

opende God, die een jaar tevoren de ark achter hem toegesloten had en daar met hem geweest was, de deur, en zeide: „Ga uit de ark."

160

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's