Om de oude wereldzee - pagina 482
Het raadsel van den Islam - Het land der Pharao's - Soedan - De Hellenen - Sicilie - Het protectoraat van Tunis - De Algerijnsche kolonie - Marokko - Spanje - Portugal
SPANJE.
444 dulden
te
Maar
zijn.
knollen
afgeleefde
die
neen,
toch
neemt men oude,
voor die paarden naar den
vilder
moeten,
hulpelooze
cavalje s die zich niet verweren en niet redden kunnen, en
wat nog hun de ooren met stokverf toe, zoodat ze niets hooren en verblindt hun het oog, zoodat ze op niets verdacht kunnen erger
en
zijn;
men
is,
stopt
op die
oude cavaljes zitten de Picadores in een zadel zoo
hoog en breed, dat ze er niet beenen over heel de lengte met dicht
uit
kunnen
zijden
vallen,
en hebben hun
doeken en lederen riemen zoo
Van een
en dik omwoeld, dat er geen hoornsteek door kan.
bij
hier dan ook geen sprake. Wel verre van midden tegemoet te rennen, houden de Picadores zich vlak de balustrade, om, als het te heet loopt, tegen die ballustrade aan
te
vallen.
eigenlijke worsteling in het arena
den
is
stier
Hun
eenige taak
is
dan ook,
om
den
stier
door scherpe
lansstooten zoo keer op keer te wonden, dat het bloedverlies begint
en den
stier afmat.
Gruwelijk
op deze Picadores, verwoed door
maar om
zijn hulpeloos
het dan ook te zien, hoe de stier
is
zijn
wonden, aanvalt, niet
paard dwars in het middenrif te
om hem,
treffen, tot
het paard in angst zijn ingewanden na zich sleept of in een bloedbad hopeloos
neerstort.
maar het
Eu
dit
ruwe
tafereel hindert het publiek niet,
en mint het, en hoe meer paarden daar neerstorten,
wil
hoe hooger de jubel gaat. Soms geeft het geen kamp eer er tien en meer paarden langs de balustrade liggen dood te bloeden. Al ware er dan ook niet anders, reeds om deze eerste suerte zou het stierengevecht onherroepelijk geoordeeld
zijn.
Heel anders daarentegen wordt
het
bij
de tweede suerte,
als
de
Picadores hun droeve rol vervuld hebben en de Banderillos de hunne
beginnen. Hier worstelt niet een hulpeloos dier op een afstand, maar is
het een
lenigheid,
man de
die zijn leven
vaardigheid
waagt; en metterdaad
is
de moed, de
bewonderenswaard, waarmee deze tweede
soort kampvechters het tegen den stier opnemen. In
hun
zijden pracht-
gewaden, zonder eenig middel van verweer, plaatsen ze zich midden in de arena, wachten den aanval van den als
hij
zou
stoeten,
springen ze op
zij,
woedenden
stier af,
en juist
en onderwijl de stierenkop
langs hen schrijnt, steken ze in den nek van den stier,
met één
greep,
hun twee van weerhaken voorziene pijlen, die diep in den nek gaan, zitten blijven en de zijden hnten waarmee ze gekroond zijn, om den bloedenden nek laten zwiebereu. Er zijn zelfs Banderilleros, die het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's