Om de oude wereldzee - pagina 446
Het raadsel van den Islam - Het land der Pharao's - Soedan - De Hellenen - Sicilie - Het protectoraat van Tunis - De Algerijnsche kolonie - Marokko - Spanje - Portugal
MAROKKO.
410
midden
God, 6e de gang zonder God,
in
banger dan
Nog
de gang als God.
dansende Dervischen te Constantinopel
de
bij
7e
hun
zijn
orgiën, die er op uitloopeu, dat de worstelende fekirs als
geestelijke
bezetenen over den grond rollen, en dan zoo machtig door den geest
van
den
allerlei giftig
met hun tong
ijzer
en op aansluiting van de tieve leven in allerlei colleges
dit
gedierte
ziel
en soms
zelfs
aan de ongeziene wereld. Het corpora-
met gilden overdekt en
zelfs
voor sport, wapenhandel en spelen doet op treden, werkt in
hand, en slechts daardoor
de
is
het van het
minder recht-
gelijksoortig streven in Turkije onderscheiden, dat het
Pan-islamisme steunt, inzoover het Pan-islamisme
het
suprematie
slangen,
Alles doelende op ecstase
likken.
Marokko, dat heel het land
confrèriewezen
streeks
ze
met de tanden stuk
vol stukken glas en metaal inslikken,
lepels
een gloeiend
worden aangegrepen, dat
orde
padden en
schorpioenen,
knarsen,
der
stichter
van den Padischa hoog houdt.
In
tegenstelling
de
met de
Christenlanden daarentegen werkt dit ordewezen ook hier het Panisla-
misme „Ik
zie liever het
hond
geen land toch broeidt de Christenhaat soms
in de hand. In
er brood
feller.
graan op mijn akker verrotten, dan dat een Christen-
van
eet",
—
drukt niet onjuist de publieke opinie'van
heele streken uit en verklaart tal van beschermende bepalingen,
om
den uitvoer van graan te beletten.
Zoo rust
weging
in
niet alleen' het gezag
Marokko op
van den Sultan, maar heel de levensbe-
geestelijke grondslagen, en dit juist brengt
teweeg, dat het gezag van den Sultan gedurig met
tal
van concurrente
factoren te worstelen heeft. Vooral de Cheick Sjerif van Oeazzan speelt hierbij
een groote
rol,
en staat in veler schatting
Moeley Abdallah, een Sjerif, die
die in
1679
nu nog, na de Koeba van Idrees
het land en althans in de Djebala zich te onderwerpen,
maar de sage
stierf,
was
zelfs
boven den Sultan.
stichter
van de Zaoeia,
van heel Sultan Ismael poogde Oeazzan aan
te Fez, het eerste heiligdom
is.
zegt, dat toen de buik
van den Cheick,
van des Sultans gezanten, zoo opzwol, dat hij heel het vertrek vervulde, en dat de Sultan, door dit wonder verbijsterd, zich haastte den Cheick in eere te herstellen. Al hoort dan ook Oenzzan tot de Blad el in het bijzijn
Maghzen, de Cheick van Oeazzan
is
zoo goed als geheel onafhankelijk,
en slechts daardoor heeft de tegenwoordige Cheick boet, dat hij een
zijn autoriteit inge-
Engelsche dame huwde en hierdoor met de heilige
traditiën brak. Machtig zijn vooral de Confrèriën van de Tichjaniyya,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's