Om de oude wereldzee - pagina 498
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET HEILIGE LAND.
468 een geheel
onbewoonden bergtop denkeu
Ik verwerp dat be-
laat.
weren, èa omdat het niet rekent met de gesteldheid op dezen breeden bergkoepel,
vermits het uitgaat van een onbewezen voorstelling
èn
van de Verheerlijking
maar vormt aan dat
groot,
aangelegd.
en
nog,
De
overblijfselen
vesting op kon worden
van de muren van die vesting
doorwandelt een uitgestrektheid
dan
Stel
stad.
plateau
uitgebreide
zijn er
wie van het eene uiteinde van die vestingmuren naar het
ander uiteinde loopt, kleine
een
loopt niet uit in een spits,
breede zacht glooiende vlakte, zóó
een
top
gelijkvloers
er
De Thabor
zelve.
zijn
destijds
als
van een
dat aan het eene uiteinde van dit berg-
al,
eenige huizen of hutten gestaan hebben, dan volgt
nog geenszins dat heel de koepel met huizen bezet was, en veel minder dat er iii heel de rondte van den breeden koepel nergens een plek overschoot, waar Jezus met zijn drie jongeren ongemerkt hieruit
vertoeven kon.
De heer Barnabé, Le Mont Thabor
apostolisch missionaris,
merkt bovendien
in zijn
(Paris 1900) terecht op, dat blijkens latere uitgra-
Thabor ook voor rotsgraven gebezigd werd, waarvan er enkelen nu nog zijn aan te wijzen. Daar nu de Joden nooit in den omtrek van grafplaatsen, als zijnde onrein, hun woning mochten vestigen, moet althans één kant van den Thabor vingen,
de
koepel van
onbewoond gebleven
steeds geheel bijheid
geweest
den
dezer graven,
waar Jezus
zijn,
een
niet
met
zich
zijn.
stille
En waarom zou
zijn drietal nederzette.
in de Evangeliën niet, dat de Verheerlijking juist
punt van den berg plaats had
;
de na-
er, in
kant onder de helling kunnen
Er staat
op het allerhoogste
en wie ooit den Thabor bezocht, zag
voor oogen, hoe breed en ver de welving van den koepel zich breidt, zoodat Jezus zich zeer
den berg een stelling,
die
voorstelling
stille
men
schilders op
men
stelt
En even
onjuist als de voor-
van den koepel van den Thabor vormt,
omtrent de Verheerlijking
wat machtige door misleid,
wel hoogerop aan een der zijkanten van
plek kon uitkiezen.
zich
hun doek
zich
uit-
er
zelve, die
men
de
ontleent aan
van gemaakt hebben.
dan de Verheerlijking voor
is
Hier-
als heel
den
berg met hoojen lichtglans omstralend en in breed uitgewerkt tafereel zich die
een
ontplooiend;
den aard van
aardsch
bestaan,
het
natuarlijk
indringen
geheel
averechtsche voorstelling,
van de geestelijke wereld
in
ons
met algeheele verwaarloozing van het subjectieve
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's