Om de oude wereldzee - pagina 544
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET HEILIGE LAND.
510
van Hem, wiens Koninkrijk niet van deze wereld was. Ook wat ze aan Kathedralen en Kloosters bouwden, ging evenmin als Constantijn's
bouwwoede van Basilieken, boven het lagere, vormelijke niveau uit. En zoo ook au nog in Jeruzalem de naam van Christus hoog boven allen naam uitblinkt, dan is 't niet om onze missiën, en ook niet om onze bedevaarten, maar eeniglijk omdat de Christus Gods, toen hij
op
zin
groot
waar ook, voor
Hem
aarde, valt,
Hij
aarde was, verre boven
deze in
is
't
heiligen
die imponeert, en al
is
alle
grooten en machtigen der
geweest; en alleen wie dat verstaat,
op de knieën.
Niet ons vroom
kennen we hem
thans oiet
het vleesch, omdat Hij hoog in majesteit troont, toch
de stad waar
blijft
bedrijf,
meer naar Jeruzalem
Gethsemané zijn geestelijken strijd doorworstelde, in het Sanhedrin en op Gabbatha terecht stond, op Golgotha stierf, in Jozefs hof uit de dooden verrees, en van den Olijfberg opvoer; en daarom hechten al
hij
in
we aan Jeruzalem meer dan aan eenige
heerscht Hij thans goddelijk, ons
blijft
stad der oudheid,
Hij ook de
want
Zoon des menschen.
Zoo ging ik naar Sion's berg op. Daar had de tempel gestaan, die eeuw na eeuw de inwoning vau God in onze menschelijke natuur verzinnebeeld had, wijzende op Hem, in wien het eeuwige Woord vleesch werd.
„Want de Heere had Siou
verkoren, zeggende: dit
is
mijne rust, hier zal Ik wonen," tot Hij verscheen, die Gods waarachtige
tempel was en daarmee Sion's tempel teniet deed. Het symbool ging onder in de realiteit.
Dat Sion hgt
er nog. Niet een
met een kunstmatig om den top van oudsher
hooge berg, maar een heuvel,
uitgebreid vlak.
Jeruzalem bestond
uit drie verheffingen, steil afloopend
naar buiten, en zoo
naar buiten als aan den binnenkant door diepe ravijnen in het dal van
Hinnom, de beek Kedron en het Tyropaeon ondervangen. Een heuvelen gold voor den berg Moriah, waarop Abraham Isaac ten
dier offer
bestemde, en die heuvel heeft later voor Sion gegolden. Hij lag ten noordoosten der stad, met de ravijn van Kedron onder aan zijn helling. Spits liep deze
heuvel op, en bood daarom geen vlak
Dat vlak heeft men op onderaardsche
noemt
,,de stallen
om
er op te bouwen.
rondom aangebracht, en het doen steunen waarvan een deel nu nog vormt wat men
er toen
zuilen,
van Salomo". Salomo heeft dat vlak aangelegd, en
na hem is 't vooral door Herodes vergroot. De vlakte die hierdoor verkregen is, vormt een onregelmatigen vierhoek van 490, 471, 321 en 283 M. in zijn vier lijnen. Ze is hier en daar beplant met cypressen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's