Om de oude wereldzee - pagina 135
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
RUSLAND.
119
doende moest de patriarchale regeering vanzelf plaats maken voor
meer burgerrechtelijke orde van zaken; en het is deze, die eindelijk in de Mir en in de Volost zijn vaster vorm heeft aangenomen, en nog heden ten dage zijn geheel eigenaardig stempel op het Russische volksleven heeft afgedrukt. Slechts houde men hierbij wel in het oog, dat oorspronkelijk het begrip van eigendom nog bijna niet meesprak, en nog geheel overschaduwd werd door het begrip een
voor zoover en voor zoolang
vdiTii feitelijk bezit,
De Mir
het land bewerkte.
maar een oeconomisch administratief volstrekt autonome rechten en voerende voor allen en in aller naam. De eene
niet het dorp zelf,
is
instituut, voorzien
het
men
van bijna
gemeenschappelijk
bezit
maal omvat de Mir alle inwoners van een geheel dorp, een ander maal is een groot dorp in meerdere Mirs ingedeeld. Soms vormen twee zeer kleine dorpen saam één Mir. Ze in grootte.
Sommige
loopen
op
tot
zijn
dan ook zeer ongelijk
tellen slechts 20 a 30 dvors (hofsteden), andere
eenige
duizenden.
In de Khatas van Klein-Rusland
maar onder de Groot- Russen
bestaat een andere toestand,
bijna allerwegen het instituut dat het leven regelt.
is
de Mir
Onder het verband
van zulk een Mir voelen allen die er saamleven, zich ten nauwste verbonden. Er heerscht volkomen gelijkheid, de sociale verhoudingen zijn er in
volstrekten zin democratisch, en zelfs de vrouw, mits niet
onder vaderlijk
den man. Zelfs
of
verband
paternaal
zijn er
Mirs waarin de
staande, ladi/'s
deelt
gelijk-op
met
reign tot in de admini-
Deze Mir nu beschikt over al het land; zelfs boer zijn izba (woning) zal bouwen, wordt door
stratie is doorgevoerd.
de
plek
waar een
Mir afgemeten en toegewezen. Bovendien behooren aan het instituut van de Mir de bosschen, de vischwateren, de molens, de pakhuizen en de communale kudden van paarden en rundvee. En wel bezitten de boeren hier en daar ook een klein persoonlijk grondbezit, maar dit rekent nauwelijks mee, en feitelijk leven allen saam als deelgenooten in eenzelfde firma. De kunst is nu maar, om al datgene waarover de Mir te beschikken heeft, juist, het
bestuur
billijk
van
de
en gelijk voor
wat
't
gebruik aangaat onder de deelhebbers
wat daarom zulk een aanhoudende bemoeienis en inspanning vordert, omdat het verloop der bevolking, door het sterk aangroeien van het ééne gezin en het dalen in getalsterkte van een ander gezin, keer op keer verplicht tot nieuwe
van de Mir
te
verdeelen.
Iets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's