Om de oude wereldzee - pagina 512
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET HEILIGE LAND.
482
wondere geestesgaven openbaarde, zich in de studie van den Chiitischen Islam, van het Chaykisme, van de Joodsche religie, van het Christendom en ook van de Westersche philosophie verdiepte, en al spoedig geen vrede had met den Islam, gelijk die zich sche Moellahs openbaarde. Hij heette Mirza Aly
bij
Mohammed
de Perzi-
en werd
sommigen gehouden voor verwant aan den profeet. Om tot beslissing te komen, deed hij in 1843 een pelgrimstocht naar Mekka, maar hetgeen hij daar zag en hoorde boezemde hem zulk een weerzin in, dat hij bij zijn terugkomst geheel met den officieelen door
Hij deed toen een tweeden pelgrimstocht naar Koefa waar een vervallen moskee staat, waarin Ali vermoord is.
Islam brak. in Perzië,
had hier een
Hij
zag liggen, en uit tragisch
d.
w.
heid
lot
z.
nam
visioen
Ali in een bloedbad voor zich hij
den indruk meê, dat
beslist.
Hij
begon zich te gevoelen
de Poort der Godskennis, verschenen
als
gelijk
om
als
de Bah,
aan de mensch-
een hooger geestelijk standpunt te openbaren, dan door Mo-
hammed
om hun
Openlijk
bereikt was.
de Moellahs
op,
hen
viel
ergerlijk
disputen versloeg
hem
dit
hij
ook hem te wachten stond. Van dat oogenblik af was
levenskeuze
zijn
waarin
visioen,
in
trad
hij
van
dit oogenblik af tegen
de moskee van Shiraz zonder sparen
leven en hun
partij koos. Zijn
hij
onkunde aan, en
in deze publieke
hen zóo volkomen, dat al het volk spoedig voor welsprekendheid was suggestief in elk opzicht.
men, maakten een bovenmenschelijk zachten en hemelschen indruk. Wie kon worden toegeZijn verschijning en heel zijn optreden, zegt
hem
woning op; en het was vooral in dien kleinen kring, dat hij steeds klaarder met de pretentie optrad van een bovennatuurlijk wezen te zijn; niet een gewoon mensch maar een mensch met in zich de adem der. Godheid, een incarnatie van den hoogen Allah. En wat het opmerkelijkst was, niet stille, eenvoudige vromen, maar mannen van hoog talent en zeldzamen aanleg vormden den kring van zijn eerste adepten, en aldoor sloten de meest eminente geleerden van Perzië zich bij hem aan. Ook een zeldzaam hoogstaande vrouw was onder hen, ipet name Zerryn Tadj, die in dezen kring den naam kreeg van Gourref-oel-Jijn, d. i. ,, Troost der Oogen", ook werd ze betiteld als Hezreth-è-Tehereth, d.i. „Hare Hoogheid de .^?«Ve;-e". laten zocht
De
houding,
in zijn
de gloed der welsprekendheid, de heroïsche veerkracht
van deze vrouw grensden aan het
ongelooflijke,
en
méér dan de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's