Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 45
HET GETUIGENIS DES NIEUWEN TESTAMENTS. (de
dusgenaamde accomodatie-theorie)
door een onderzoek van dit getuigenis Wat nu betreft het algemeen geloof Jezus ten aanzien van den Pentateuch
,
moet uitgemaakt worden
,
zelf.
in
den
tijd
van den Heere
en de aanspraken van die
door Mozes geschreven (waarover wij dan schijnt het redelijkerwijze onmogelijk, dat
boeken zelve
als zijnde
nu willen spreken), iemand de bewijskracht kan loochenen van uitdrukkingen als bijvoorbeeld die aangaande de offerande die „Mozes heeft geboden" (Matth. 8 4) of aangaande de Schriftgeleerden en Parizeen, die „gezeten zijn op den stoel van Mozes" (Matth. 23 2); of aangaande een van de geboden, die „Mozes gezegd heeft" (Mark. 7: 10); of aangaande Mozes en de profeten als getuigen van zulk een beteekenis dat, al stond „iemand uit de dooden op, hij niet grooter zou zijn dan zij" (Luk. 16:29, 31); of doelende op de besnijdenis 22 als een wet, die „Mozes had gegeven" (Joh. 7 23); en door een geoorloofd als aangaande het geven van een scheldbrief 2 voorschrift dat „Mozes hun gegeven had" (Mark. 10 5). Eveneens achten wij het niets meer dan een onwaardige uitvlucht, :
:
:
;
—
:
wanneer men
20:27
—
in
Mark.
12
:
19,
26,
Matth.
„gelezen hebben in het boek van Mozes
bosch
22
23
:
38 Jezus hoort spreken van een plaats, die
tot
hem gesproken
heeft", en
,
toen
men
God
in
— 32,
zijn
Luc.
hoorders
den doornen-
verklaart dat dan, als
bedoelde de Heiland niet een boek geschreven door Mozes, maar een boek geschreven over Mozes. Dit spreekt ons nog sterker toe, wannner wij in het verband van deze teksten de Sadduceën, tot wie Jezus sprak
,
een van hunne vragen hooren inleiden met het zeggen
:
„Meester, Mozes heeft ons geschreven", enz.
van
—
45 47 zegt Christus uitdrukkelijk: „Mozes 5 van Mij geschreven", en Hij beroept Zich op de „schriften Mozes", die, als zij ze maar verstonden en geloofden, hun
Eindelijk, in Joh. heeft
zouden bestraffen. Is deze tekst niet een ondubbelcretuigenis van onzen Zaligmaker, dat er in zijne dagen
ongeloof zinnig;
Hem
:
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's