Om de oude wereldzee - pagina 86
Het raadsel van den Islam - Het land der Pharao's - Soedan - De Hellenen - Sicilie - Het protectoraat van Tunis - De Algerijnsche kolonie - Marokko - Spanje - Portugal
HET LAND DER PHARAO's.
70
miden op de vlakte aan
dan ontwaart men niets dan zandwoestijn
neer,
kanten, en door die zandwoestijn heen slingert zich een smalle
alle
met de bochten van de Nijl meekronkelt. De groote oase van Fayoem maakt een uitzondering, maar overigens streep van groen, die
men
ziet
de Delta nergens een
bezuiden
Het
stuk land.
is
al
oeverzoom
om
breed zich uitstrekkend
de gleuf van de
en ten
Nijl,
westen van die groene streep breidt zich de Libysche woestijn
uit,
waarvan 636.000
van
de
q.
K.M.
tot
Egypte behooren,
terwijl ten Oosten
de zandwoestijn tot aan de Roode zee voortkruipt.
Nijl
Kilometer
is
Vijftien
de grootste oeverbreedte, en lieneden Assoean krimpt dit
hier en daar tot 200 a 300 Meters in.
Had
het water uit de groote
Afrikaansche meren zich door een eenigszins andere conformatie van
den bodem, den korteren uitweg naar Mombassa en Zanzibar aan den Indischen Oceaan
hebben
weten
te banen, er zou nooit een
en gelukte het alsnog aan een vijand,
;
hooger-op de wateren van land meer
met
Nijl
De
zijn.
niets
om
door een
de Nijl af te leiden, er zou
Nijl loopt niet door Egypte,
meer en
Egypte bestaan
niets
dam
geen Egypte-
maar Egypte
is
de
anders dan de oevers, die tot haar
gebied gerekend worden.
De vraag naar het Caput Nili, d. i. naar de bron, waaraan de Nijl, en met haar heel Egypte, haar oorsprong dankt, heeft dan ook begrijpelijkerwijze
maar
van oudsher de nieuwsgierigheid beziggehouden,
bleef tot 1857 zoo goed als onbeantwoord.
Wel
berichtte reeds
twee groote meren haar het aanzijn gaven, maar zonder nadere aanwijzing; en zelfs Ritter in zijn Erdhunde kon de teleurstellende opmerking niet achter houden, dat men nog altoos Ptolemëus,
niet beter
Eerst
dat
kon doen, dan het kort bericht van Ptolemëus herhalen.
de zendelingen Kropf,
Rebmann en Erhardt drongen
het land binnen en gaven een kaart
uit,
waarop de hoogere loop van
de Nijl voorloopig in schets was gebracht. Dit gaf aanleiding
Londen die
onder leiding van Speke en Burton, niet langs de uit,
rivier,
maar
dwars door het land, op de meren aantrok, en er
1858 metterdaad in slaagde, het groote Victoria Nyanza meer te
ontdekken.
In
1862 toog een tweede expeditie
ligging van dit geweldige zij
om uit
tot nader onderzoek een opzettelijke expeditie uit te zenden,
van Bagomoyo in
dieper
uit, die
omtrent de
meer ons nadere kondschap bracht, en dank
de derde expeditie onder Stanley in 1874
—
'77,
in
1892 door de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's