Om de oude wereldzee - pagina 321
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET JOODSCHE PROBLEEM. en vervolging, door opsluiting in
zich-zelf,
297
en door petrifiëering van
het geestelijk leven, na twintig eeuwen geworden
is.
Een volk nog altoos
van zeldzaam lioogen aanleg en ongeëvenaarde intellectueele kracht,
maar dat ophield het schoon van het aan één van
zijn
„toell balanced'^ te bezitten,
en dat
takken te eenzijdig hoog opschoot, zoodat de andere
takken in groei achterbleven. Nog altoos een volk zooals er geen tweede is,
maar waarin het goud van
zijn
oorspronkelijken adel verdonkerd werd.
In Spinoza herkent ge geen Jesaja, in Marx geen Mozes, in Heine geen Azaf. Al
wat
er geniaals in deze machtige geesten blonk,
den wortel van
maar
Israël,
uit
den geest der volken
was
om
niet uit
hen heen.
Toch mag het ons niet ergeren, indien de „bewuste" Joden nog altoos de trots van het uitverkoren volk te zijn, weigeren los te laten. Ze zijn
ze
en ze blijven
nog onder
dit,
alle
en
als
volken
volk als
met een eigen nationaal
hooger staande Jood vat
dit ernstig op, in zooverre hij er
roeping voor zijn volk uit
afleidt.
in het voortbestaan
spreiding onder de
besef staan
een geheel eenige verschijning.
De
De
een heilige
geloovige denkers onder hen zien
van de Joden na twintig eeuwen, en in hun vervolken, wel waarlijk Goddelijk bestel. Ze houden
vast aan de i'oeping, die eens aan Israël onder de volken der oudheid
was aangewezen, om tegenover het Polytheïsme en Pantheïsme, het volle en alles beheerschende Monotheïsme hoog en in stand te houden. Ze verstaan dit wel als een nationaal Monotheïsme, maar dan toch als Monotheïsme in den rijken zin des woords. Het is /^w« God, die de God is, en tot de verheerlijking van wiens naam alle volken moeten worden toegebracht. Doorgedrongen tot de rijkere ontplooiing van dit Monotheïsme in den Christus zijn ze niet. Veeleer be-
aller natiën
.
schuldigen ze ons, dat we, door in Christus
God
zelf te
aanbidden, het
zuivere Monotheïsme verlaten hebben. Ook van de Mohammedaansche Allah-vereering onderscheiden ze hun eigen Monotheïsme door tegenover den Khoran vast te houden aan de Wet van Mozes. Zoo leven
deze
nobele
geloovige
Joden in
|de
vaste
overtuiging,
dat ze een
zending hebben te volbrengen. Een zending, die ze niet alleen zoeken
van het Monotheïsme, maar ook daarin dat hun verspreiding onder de "volken, door het bitterste lijden heen, middel werd in
om
de
prediking
de vrijheid van den geest op kerkelijke enghartigheid te veroveren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's