Om de oude wereldzee - pagina 532
Het raadsel van den Islam - Het land der Pharao's - Soedan - De Hellenen - Sicilie - Het protectoraat van Tunis - De Algerijnsche kolonie - Marokko - Spanje - Portugal
PORUGAL.
488
donker inzag, maar, echt Bourbonsch, zich door geen tegenspoed uit het veld
liet
en met haar heroieke natuur en haar altoos
slaan
gelukkig humeur over elke dreiging van het noodlot triomfeerde.
Koningin Amelia
zulk een echt-vorstelijke verschijning. Daags voor
is
de audiëntie had ik gelegenheid gehad, haar Cortez,
met haar
komen, en het toepasselijk.
hofstoet, in het
zaal
de opening van de
Parlementsgebouw te zien binnen-
incessu patuit Uegina
De
bij
was toen zoo ten
waarin de Cortez vergadert,
volle
op haar
evenals de Woeli
is
Athene een halfrond met hoogen koepel, met den troon in het middenpunt van de middenlijn, die het halfrond afsluit en boven de zitbanken der leden zijn, heel het halfrond langs, de galerijen voor te
;
het publiek. Door de goede zorgen van onzen gezant had ik toegang tot de diplomatenloge gekregen, zoodat ik het
binnenkomen van den
hofstoet van nabij kon gadeslaan, want de diplomatenloge
ingang.
En toen had men Koningin Amelia moeten
gestalte, gelijk de
Bourbons dat plegen te
zijn,
zien,
is
vlak
bij
den
verheven van
het hoofd
fier
omhoog,
het gelaat één uitdrukking van innemende vriendelijkheid, een lach die
den vurigsten republikein ontwapende en echt-koninklijk in haar gang. Daarbij gehuld in een prachtigen donker-purperen mantel, die in lange sleep achter haar door
hofdames gedragen werd. Tot
deze hofdames zette luister aan haar verschijning
bij.
zelfs
de stoet van
Ze waren allen in
de Portugeesche kleuren uitgedoscht, wit en blauw, en dit wit met het zachte blauw
met
zijn
kwam
inde lange sleepen zoo schitterend
ineengedrongen gestalte verloor zich
haar was aller oog gericht. Daarbij heel
het
Hof
passeerend,
bij
is
uit.
De] Koning
hierbij geheel,
en op
het in Portugal gewoonte, dat
het binnenkomen van de zaal, de diplomatenloge
voor de Gezanten der vreemde mogendheden en in hen
voor hun Souvereinen een keurig uitgevoerde plichtpleging maakt.
Ook de Koningin zelve, haar groet aan de buitenlaudsche mogend-
Alles zag naar boven op en booggracieuselijk.
en op het oogenblik dat
heden wijdde, was er gelijk
alleen
een
zóó
zij
in haar verschijning iets feëachtigs-majestueus,
schitterende
figuur
dit te
aanschouwen kon
geven. Haar tegenwoordigheid van geest en haar vorstelijk majesteuse houding bij den moordaanslag hebben mij dan ook in het minst niet verwonderd. Zoo fatalistisch als de Koning gestemd was, zoo spotte zij met wat haar ook drukte. Wat de Spreukendichter van de „deugdelijke huisvrouw" zong, dat zij „lacht om den nakomenden dag", werd aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's