Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 42

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 42

2 minuten leestijd

,,

:

HET GETUIGENIS DES NIEUWEN TESTAMENTS. dien uit

die

zoo bijzonder

zijn

tijd

den

tijd

pas

de

in

onmogelijk

en zoo scherp onderscheiden van die

,

na de verwoesting van Jeruzalem de

van

jaren

laatste

van

beschrijving

die

,

dat een htteratuur

eerste

vroegere

de

eeuw ontstond toestanden

zoo

volkomen kon nabootsen als men ze vindt in het Nieuwe Testament. Er is met geen reden aan te twijfelen, of de drie eerste Evangeliën werden geschreven vóór de verwoesting van Jeruzalem en het vierde

is

geschreven door iemand, die zich

de voorstelling der

feiten

stipt hield

aan

zooals die vóór deze verwoesting reeds

,

een vasten vorm had erlangd.

^)

Neemt men

niet aan dat de Evangeliën hun ontstaan te danken hunne waarheid als geschiedenis, dan blijft er niets anders over dan alleen deze theorie, dat de tijdgenooten van Christus het slachtoffer waren van hun ontvlamde verbeelding en dit is dan ook metterdaad de theorie, die men tegenwoordig met zooveel ijver aan de publieke meening opdringt. Intusschen, naarmate men er nadruk op legt, welk een ontnuchtering er op die

hebben aan

;

onderstelde

exstatische

verbeelding in het

gemoed der

discipelen

volledig behandeld in mijn negende hoofdstuk. Na langen tijd voor de tegenovergestelde zienswijze te hebben gestreden, is zelfs Harnack, door de ontdekking van het »Diatessaron" van Tatianus en verscheidene andere te loor gegane werken gedwongen om toe te stemmen dat de Nieuw-Testamentische geschriften metterdaad tot de eerste eeuw behooren »De oudste litteratuur der kerk is in alle hoofdzaken en in verreweg de meeste bijzonderheden volkomen vertrouwbaar, geoordeeld van het standpunt der litterarische critiek. De chronologische opeenvolging, waarin de overlevering de oorspronkelijke geschriften van het Christendom gerangschikt heeft, is van Paulus' brieven, tot de geschriften van Irenaeus toe, op alle wezenlijke punten juist. Ze dwingt den historicus tot het verwerpen van alle hypothesen omtrent ^)

Ik

heb

deze

voorstelling

reeds

vroeger

«Scientific Aspects of Christian Evidences", het

,

den

loop

strijd zijn."

der

gebeurtenissen

,

die

met deze

traditioneele

opeenvolging in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's