Om de oude wereldzee - pagina 188
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
172
DE ZIGEUNERS.
•
mag
Ik ben vandaag de gastheer."
onzer brandewijn drinken.
elk
Daarop neemt de moeder drie stukjes brood uit de hand van de en werpt ze, ingeUjks onder het uitspreken van
toovervrouw,
tooverformules, op het bed, waar het kindeke op
h'gt.
Is dit
geschied,
neemt de toovervrouw den doopeling vau het bed, legt hem iets verder op den grond, trekt een kring om hem, en bestrooit dien kring met slangenpoeder, ouder het uitspreken van de woorden: jjValsche oogen, die u zien zullen, zullen vergaan. Slaapt uw vader, Was op, groei op, en gedij slaapt uw moeder, wees dan muisstil. dan
en
voor God, en nooit voor den Duivel".
leef
dan
zoo
niet,
gezond
dit bewijs, dat het
is
Schreit het kindeke
maar begint
zal blijven,
het te
weenen, zoo geldt dit
als bewijs dat de ziekte-geesten reeds
het
arme wicht gekropen
zijn,
in
men
en poogt
die uit te drijven.
Hiertoe reikt de toovervrouw over het kind heen de hand aan den oudste der aanwezige mannen, en verbrandt de moeder in een ijzeren
een stuk van de navelstreng, zoodat de rook tegen de handen
lepel
van
toovervrouw en den ouden man, wiens hand ze
de
houdt,
opstijgt,
„Lieve
God,
geef
den grooten
in de hare
wordt opgezegd:
gebed
Neem
ons redding en bescherm ons oveial.
gij
^ketting,
dit
en
boei
den boozen geest, dat
snel
hij
voor
van hier wijke". Met dien ketting bedoelen ze dan de navel-
altoos
branden,
een
steeds
ze
die
streng,
zich
negenmaal
onderwijl
als rei
dansen
om
woud,
zingt,
't
kind
het
om
bewaren,
wordt.
ziek
weer een stukje van
er Is
dit
te ver-
afgeloopen, dan vormt
van kinderen, die met de toovervrouw vooraan, enkele kind uitvoeren, en daarbij zingen ze dat het bosch weerklinkt.
,,
Vogeltjes in het
Draagt nu
dit kleine
kind
waar de pastoor het met water besproeien zal. Geeft nu aan God een noot, ieder een noot, omdat hij het kindeke liefheeft." Het kindeke wordt daarop door de toovervrouw in een met tooverkruiden vermengd water gewasschen, en daarop door de ouders en snel naar het dorp,
de
doopgetuigen
naar
de
kerk
daarin
water
het
uit
gebed
waarin
daarbij
God
den hemel, gezeten op
troon
in bij
uit:
het
„Heer
spreekt
dit
en
onderwijl
in
kindeke gewasschen
den hemel,
uw gouden
troon.
gij
Uw
de
oog van goud
zie
op
is,
en
lieve, zoete
Op uw gouden
de zeven hemelboomen op de zeven aardheuvelen.
ons armen neer.
gaat
vrouwen naar een hollen boomstam,
toovervrouw met de andere giet
gedragen,
oiis neer,
Zie op
en bescherm'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's