Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 37

2 minuten leestijd

,

HET GETUIGENIS DES NIEUWEN TESTAMENTS. gedachtengang

men

volgt

wie

in

zóó

bewijs

het

dan evenzeer wetenschappelijk als die, welken eenige andere inductieve wetenschap terwijl het is

;

vast

staat,

en

eerlijk

historische

het onmogelijk te loochenen

dat

getuigenissen

Want de

onderzoekt.

behoorlijk

is

reeks

voor

van

voor het Christendom wordt eerst afge-

den aanvang der tweede eeuw, dat wil zeggen op een tijdstip, dat nog geen honderd jaar verwijderd is van de kruisiging van Christus. Tot dit tijdstip toe is het Nieuwe Testament, in

broken

bij

wezen geheel zooals voor

geloofwaardig

euvelen

en

door heel de Christenheid

wij het thans bezitten,

en

moed hebben om

authentiek

gehouden.

Niemand

zal

den

zulks te ontkennen. Origenes, Tertullianus

Clemens van Alexandrië

in

der derde eeuw, en

begin

het

Irenaeus in het laatste kwartaal der tweede

,

hebben het aan hun

onderwijs en hunne commentaren ten grondslag gelegd op geheel

de Christenleeraren onzer dagen dat doen. De aan welke Justinus de waren de eenige bron Martelaar, in het midden der tweede eeuw, de feiten ontleende waarmee hij den Romeinschen keizer van de beteekenis en de waarheid der Christelijke leer poogde te overtuigen. En is het dat een merkwaardige reeks van historische niet opmerkelijk laatsten tijd aan het licht heeft moeten brengen, vondsten uit den dezelfde

vier

wijze

als

Evangeliën

,

,

dat het lang verloren „Diatessaron" van Tatianus, omstreeks het

midden

der

tweede eeuw

door

een

leerling

en

Justinus den Martelaar vervaardigd, niets anders

lotgenoot

van

dan een „Har-

is

monie der vier Evangeliën", zooals die tegenwoordig nog gedurig worden uitgegeven ten behoeve van ons Christelijk publiek.'' In het licht van dergelijke ontdekkingen kan noch mag iemand het meer in twijfel trekken, dat reeds in het begin van de tweede eeuw de vier Evangeliën, wat het wezen betreft in hun tegenwoordigen bare bron

erkend

vorm, voor

vormden voor de

de

feiten

werden uit

als

Jezus'

latere ontwikkeling

de

eenige

leven,

die

en

betrouw-

den grondslag

van de Christelijke waarheid. 17

II

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's